Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Twaalftal leerredenen - pagina 258

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Twaalftal leerredenen - pagina 258

(eerste en tweede zestal)

2 minuten leestijd

HET ONBEWUST ADVENTSGEBED.

258 grijpt

om hem

wat

naar

hij

van zich

met koortsachtige

jagen

vreugd

om

ligt,

het straks in moedwil

Naar vreugd, naar genieting

werpen.

te

hem

ge

ziet

maar ook de nauw' genoten

drift,

half verachtend van zich stooten. Ach, zoo als

ijlings

Jezus zoo schoon de vrouw met haar penning geteekend heeft,

de mensch op aarde. Ook

zoo

is

en

met het

nachtelijk duister,

het

is

En

om

al

de

om

zijn

niet

helaas

;

wat

hij

hij verloor,

hij mist,

zoo rusteloos najaagt, dan trekt

hij

dan dat

hij

bezemen

ze openen zou.

wordt

niet

hij

zijn

maar

;

niet

gevonden.

hij

vraagt ge

;

vraagt ge, wat

zijn lippen

hij

Neen, niet

meer samen,

de menschheid op-

uit

geklommen, maar van den hemel neergedaald ons het raadsel van 's menschen onrust

dat in

;

in

keeren

te

dan zwijgt

dan antwoordt

verloor,

hem omdolen

ge

ziet

huis met !

heeft een kaars ontstoken,

hij

hand

ge hem, wat

vraagt

hem, wat

in

licht

is

het antwoord,

ontsluiert.

Niet

de scholen der wijsbegeerte, maar in den kring van Israëls

profeten,

de kudde

den

in

kring dier mannen, die Jehovah van" achter

riep en uit het veld,

uitgesproken, dat

's

is

het lang verbeide antwoord

menschen zoeken

niet

dan een zoeken was

Door profetische openbaring en vinding weten we het, dat de mensch

mensche-

naar God.

niet door

lijke

om mensch

God moet

zijn

bezitten,

en dus met

zijn

God

zijn eigen

en dus onbewust zoekt en tast naar

zijn verloor,

Hem.

in

te zijn,

mensch-

Wien

èn

mensch weer tot hem zal komen. Dat is, o mensch! uw jammer, dat ge op God zijt aangelegd, en nu afgerukt zijt

God èn

zijn

zijn

eigen

van den eiken stam,

De

binnenzij van

waarom

uw wezen

oneindige berekend, er

uw

menschelijk hart.

ge niet slechts met

uw

de zonde

ge u als het klimop slingeren moest.

voor het oneindige bestemd, voor het

vatbaarheid voor een oneindige kracht

Dan

maar ook met uwe wordt met het

is

is

in

alleen kunt ge dus in evenwicht zijn, zoo

zintuigen in de zinlijke wereld inleeft,

ziel in

het oneindige zwelgt en verzadigd

uws Gods. Maar dat juist mist ge. Met God uit u weg, en God weg! maar immers,

leven

in u,

is

ledig, dan een .oneindige worden door het schreiendst heimwee naar dat ééne, dat u ontging. Maar helaas, niet we-

dan

blijft

u

niets

dan een peilloos

ruimte, en moet ge wel verteerd

'

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879

Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's

Twaalftal leerredenen - pagina 258

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879

Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's