Twaalftal leerredenen - pagina 76
(eerste en tweede zestal)
76
SCHULDBESEF.
worden afgekeurd.
zen, mijn eigen ik zal
wuste zonde, die mij wel,
mijn
dat
maar
nooit
het op het dooden van het eigen
dat
wezen
langs
die
de
grond
den
bij
bleef, telkens
Maar hoe is
binnen
laat het
:
ze des te
ik snij het
onkruid
het op den wortel, die ongedeerd
weelderiger te doen uitschieten.
natuurlijk die neiging bij
Van
door en door verderfelijk.
vlakkigheid
daarbinnen voort-
maar om
ziekte,
op een
ik,
dan de vlam,
Ik blusch
doen slaan
te
maar om
af,
maar
lekt,
uitkomen der
het
naar
gevaarlijker
aankomt.
zelf
vensters
belet
ik
besnoeid en geleid moet worden,
levensuiting
sterven van mijn
branden:
het alleen de be-
Is
verootmoediging noopt, dan gevoel
tot
er
om
toe,
met
dachten bijna uitsluitend
in
zelf
den zondaar ook
immers
voorbijzien onzer
zij,
ze
die opper-
leidt
woorden en
de volbrachte daad zonde
ge-
te zien,
ook
daarbij
het schuldgevoel alleen dan krachtig te laten
werken,
als die
daad door afwijking van onze gewone zonden,
en
in het
schelle licht van overtreding, van opzettelijke verkrach-
ting van
ons geweten, zich voor onze oogen
De
stelt.
diepte
hangt naar dien maafstaf uitsluitend af van den
mijner zonde
indruk door mijn zonden op mijzelven gemaakt, en helaas! daar ons
bewustzijn
bijna uitsluitend regelt naar de
zich
onzer medemenschen, te
Gods
ons
oordeel
oogluikend sef
voelen
afkeurt,
in
in
wij
ons
Wat
scherp
de wereld streng in
als overtreding,
wat
zij
dag aan dag zonder het schuldbe-
De maatstaf
wekken.
te
plaats.
zeer
duldt, geschiedt
wet des Heeren,
meening
ongemerkt,
weten, het oordeel der publieke meening
en zonder zelf het
voor
het
we dan zoodoende
schuiven
der wereld, en niet de
bepaalt dan de waarde die
we
in
ons eigen
we ons En naarmate we dus hooger staan in het maatschappelijk leven, en men meer door de vormen moet heenbreken, om af te keuren wat we deden, naarmate we in geld of invloed meer een afdoend middel bezitten, om oog
bezitten,
en
waar
van schuld en zonde
de te
zij
vrij.
opmerkzaamheid van koopen, naarmate
ons niet aanklaagt, achten
i.
e.
ons af
te leiden
en stilzwijgendheid
w. de wereld ons minder
in het aan-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's