Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Twaalftal leerredenen - pagina 41

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Twaalftal leerredenen - pagina 41

(eerste en tweede zestal)

2 minuten leestijd

:

BEDESTOND OP DEN HERVORMINGSDAG. treurt en hare poorten zijn verzwakt

»Juda

III.

41

:

zijn

zij

het zwart gekleed ter aarde toe en Jerusalem's geschrei

op"...

die klacht des profeten

nemen ook

in

klimt

wij voor onze kerk

want haar nood is openbaar, en die nood geeft bidden drang we hebben elkander op onze zonden

op de lippen, ons

tot

;

gewezen,

de

en

verootmoediging, daardoor gewekt, kan

stille

maar op wat grond we dan bidwaarop we onze smeekingen zullen nederwerpen? vraagt ge ten slotte nog, en mijn antwoord zij ook nu met Daniël waarop anders dan op de barmhartigheden Gods. ons

bidden

tot

bezielen

;

den,

Reeds

dubbel

een

allen weet, het

is

vraag

is

zoo

Heeren voor

ik,

er,

dan

predikt,

eeuwfeest

herdachten we, maar wat

lic

ook de gedenkdag der Hervorming, en wat, ons

dat

juist

luider die barmhartigheid des

de doorbreking dier Hervorming, die

een drietal eeuwen weer het licht deed opgaan in

ruim

de duisternis, die heerschte van rondom?

Immers,

woudt naar

die

ge

als

zijn,

den

van

bangsten

nood der kerk getuige

waarheen meer zoudt ge dan onherbergzame

uw

blik richten,

dan

eeuw, die aan het gejubel der Her-

Ook nu klimt Jerusalem's geschrei op, maar wat, zoo vraag ik, is de nood onzer dagen, vergeleken bij den jammer en de verwoesting, waaraan toen de kerk van Christus ten prooi was? O! ik weet het, schitterend was haar glans, alomme praalde ze met verblindenden luister, en groot, vorming voorafging?

ja

schrikverwekkend scheen de roep van haar gezag

maar wanneer sing dier

geest,

te zijn:

was meer op haar het beeld van

toepas-

witgepleisterde graven, waaruit een reuke des doods

u tegenwalmt

Rome's

ooit

kerk

Een schitterend

?

vertoonde,

verloren

de

en

kennis,

praalgraf,

weg was

.

.

ziedaar al wat u

het leven,

geweken de

vervlogen de reuke der waarheid.

Waar

zich het leven nog roerde, werd het met haaste verstikt: waar nog een poging tot herstel werd gewaagd, werd elk pogen verijdeld. Al meer week de zedelijke kracht, al meer werd

de

geest

nederviel

uitgebluscht,

en

de

laatste

en toen eindelijk de korenmaat geheel lichtstraal

naar

de kandelaar terug-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879

Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's

Twaalftal leerredenen - pagina 41

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879

Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's