Twaalftal leerredenen - pagina 158
(eerste en tweede zestal)
KUST DER
158 O,
gruis.
spel
arm
de
weet
ik
machtige
die
dan,
ziel
»Dle
uzelven
waarom
steld,
u gingen
de
daar binnen
heel
gij
Neen de
ziel
gedachte
kroon, gelegd.
u niet bekeert.
gij
uw
in
verworven
hadt een
gij
!
hadt ze
gij
En nu
uw
dan,
ziet
waar bergt ge u
bij
smaad? geld en
weggespleten.
is
ook
och, die
hoe vreeselijk het
Ziet,
O
ook
zijn:
—
Het
zichtbare dingen steunen u thans niet meer.
schok
dien
in
bewoog: voor u moest
zich
des Heeren te vallen.
onder
van
of
daarin
is
een middenpunt ge-
harten te boven,
des
de slapen uwer
zoo
Ook
gij?"
zelf tot
de eerste
eedbreuk
zooveel vernedering en
is
wereld
'een
en
de hand
in
zijt
u
om
wat u wacht, is
vorst
inbeeldingen
zonde
door
ik,
Of lag dan
geen sprake ook voor u? Hebt ge
opgericht,
walmen,
wierook
het
geworden?
het roepen des Almachtige nog niet ver-
!
hooggezeten
voor
troon
wien, zoo vraag
geopenbaard
gebeurtenis,
mijne
o
staan:
aan
nu,
Heeren
des
TIJDEN.
DEFl
ook u heeft dat aangrijpend schouw-
het,
maar
ontzet,
ONKUST
ZIEL BIJ DE
macht en goed de bodem door Wie zal, waar zoo duizenden
werden weggemaaid, nog steunen op zijn eigen levenskracht? Wie, waar de machtigste fortuinen wegvloeiden en de millioenen
speelworp schenen, nog vertrouwen op
een
werd
Zelden
zijn
goed?
zoo schrikkelijk getoond, hoe onwezen-
ons
het
lijk,
hoe broos en zonder bestand de wereld en haar schat
En
toch,
ook
gij
ook
gij
det
arme op
geens
goed
dat
vertrouwd, ook
dings
gebrek
In de
zweren del
is
stemme Gods arm en naakt."'
staat
het
ge
zijt
ge heen,
met dien die
verteerd.
als
in
gij
vlucht
vlammen
steunsel
dat
u,
Waar dan van uw hart
hart,
daar.
Naakt
is
en
De
ellende
een spiegel getoond.
de waarde van elk zichtbaar uitgetogen,
met brandende
melaatsen van de voetzool toch,
in die
het ook u verkon-
waar bergt ge u?
krijg u als in
opgingen
En
Ge meen-
hebben, en daarom hoort,
te
bloedige worsteling komt een
den: »Ik zeg
u daaraan gehecht,
gij
een bron gezocht van vertroosting.
daarin
is.
hadt ge niet vele goederen, toch hebt
al
ziel,
tot
den sche-
wat ook onwezenlijk bleek, de
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's