Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Twaalftal leerredenen - pagina 63

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Twaalftal leerredenen - pagina 63

(eerste en tweede zestal)

2 minuten leestijd

CHRISTUS, DE BRON VAN ZEDELIJKE KRACHT.

goddelijke en almogende kracht, die van uit

en

van

die

M. H.

III.

in

Gij weet,

even

te

Hem

u toestroomt,

u uitbotten en rijpen en bloei en

maar den Christus

doet, niet u,

avondmaal

de vrucht

zelf

(Ï-)

eere.

tot

hoe de Heer

bij

de instelling van het

voren met Zijne jongeren van de vrucht

des wijnstoks gedronken had, toen Hij als met terugblik daar-

hen op Zichzelven

op,

die

bij

den waren Wijnstok wees. Zoo

als

uwer dan

niet

hebben ook dezen morgen weer vrucht des wijnstoks den dood des Heeren verkondigd, en

allen, zeer velen

toch,

daarom bind ik dezulken vooral dat beeld van den wijnstok met zijn ranken met heiligen ernst op het hart ). !

O

weet het, dat hooge feestmaal der Christenheid

ik

!

morgen

dezen

niet

met ongetemperden

luister

is

ook

gevierd,

en

zelven hebt het gevoeld, hoe de onheiligheid der gemeente

gij

dat avondmaal drukt, en hoe daarbij,

andere komt,

en

meer nog dan bij eenige samenkomst der gemeente, het schreiend contrast uitde kerk zoo als ze naar waarheid

tusschen

zijn

moest,

de kerk zoo als ze door de verwoessing van zonde en on-

geloof

is

geworden.

Neen, niet meer met een

löth op de lippen, hebt ge naar dien disch u

lied

Hammaa-

opgemaakt, want

schier werd die toon des gejuichs in u, door het weemoedig geklag uwer ziel over de ellende eener kerk, die nergens meer dan juist bij het avondmaal haar gebrek aan

overstemd

veerkracht en gemis aan geestelijk leven openbaart. Maar welke

sombere gevoelens zich daarbij ook ook

ja,

dien

al

gang

ge dus

iets

had

die gedachte

naar

in

Jezus' disch terug te trekken, en al verstaat

van wat

bij

hen omging,

een kerk niet meer naderen willen, overleggingen

aan

dien

uw binnenste verdrongen, om uw voet bij

u bijna bewogen,

voorbij,...

gij

zijt

die

aan den disch

nu

zijn die

toegetreden,...

in zulk

weemoedige en eenmaal

disch gezeten, hebt ge u onder de krachtige bewer-

king gesteld van dien Heer, Dien ge daar zocht. ')

Deze toespraak werd

gehouden.

op

den

avond van- een avondmaalsdag

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879

Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's

Twaalftal leerredenen - pagina 63

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879

Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's