Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Twaalftal leerredenen - pagina 27

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Twaalftal leerredenen - pagina 27

(eerste en tweede zestal)

2 minuten leestijd

BEDESTOND OP DEN HERVORMINGSDAG.

komen

zal.

brengen

te

zonden

om

wil,

God dan

Als

en

maar

als

Zijne

grimmigheid,

en

we dan

lag.

om

ken,

maar

God,

smarten

bidden

God,

redding

uit

ellende, die

dus

en

storen

niet in

de

schuld

maar

uitredding,

God

een zegen, dan

en

wil,

in

het

is

zijn,

we

die

maar

kleeft

aan

ontfermend

Amen

op die

na zulk bidden dagen hart,

elks

uit

wat

Neen, niet onze glorie

maar onze schande,

die

zijn

samen

Zie

schuldigen

van

we

is

ootmoed

ver-

niemand op

maar

zie

het, dat

we

ieder

hier

ontdekken, onze schuld,

vromen van wege ons gebed,

belijden moeten. Niet als

als

zal.

zulk een besef hier op deez' avond

gebed verhinderen zou.

zijn

eigen hart.

samen

dan

o,

er een

is

die buiten zijn, laat ons niet op elkander zien, zijn

den Heer

oorzaak onzer

eerst verzoening en

zoeken,

te

bidden verhooren

Worde gebannen

zijn.

onze

in

reeds een profetie des Geestes in het harte, van de

mochten we

!

hun

gewisselijk

zulk

die

smeeking

Hem,

strijden tegen

te

dan eindelijk allen samen zich opma-

ja als

bij

meer bange en beklemd

al

ophouden

bewust worden, dat

alleen

allereerst

niet

dan verlossing zulk

en ons laten overtuigen, en het met ver-

brijzeling des harten ons

onzen

ons

het

eindelijk

formeerde,

ons

die

;

de Heer dan nog voortvaart ons te verschrikken in

en

wordt,

op

onzer

hebben wij

overtuigen, dan

te

om

verbolgenheid

Zijn

in

ons van schuld

geen oog dan enkel voor onze smart en onzen jammer

eerst

O

voortgaat Zijn oordeelen over ons

toornen

te

27

irege onze

zonden moeten we voor

het aangezicht des Almachtigen verschijnen, en slechts zoo die

stemming

I.

is,

uw

ziel

wek

beheerscht,

En waarvoor we dan we roepen zullen

u

tot

bidden op.

bidden zullen, wat dan de nood

waaruit

hebt het zelven wel geraden

ik

tot :

onzen God'? Maar immers ge

een bidstond op den gedenkdag

der

Hervorming onzer kerk moest een biduur voor den nood

zijn,

waarin thans die kerk verkeert. Gelijk Daniël riep

uwe oogen

op, o onze

God

!

en

zie

:

»Doe

onze verwoestingen en de

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879

Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's

Twaalftal leerredenen - pagina 27

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879

Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's