Twaalftal leerredenen - pagina 51
(eerste en tweede zestal)
CHRISTUS, DE BRON
te
VAN ZEDELIJKE KRACHT.
kunnen bogen, en gedurig geroepen wordt
dom
verdedigen,
te
maar
dat,
straalde
genoeg voor zich
uit,
het
om
51
een Christenkracht
zijn goddelijke
spreken en geen verdediging
zelf
behoeven zou. Waarlijk, M. H.
tendom
nog
de wereld toont dien eisch van ons Chris-
!
beter
van het Christendom
heid
harden,
dan wij
begrijpen,
te
met de dwaling en
boeleert ze
toch
af,
zelven doen. Al
met bewust-
ze in haar eisch vol-
blijft
wie zich voor Christen
dat,
dit
al scheidt ze zich
iets
gij
aan
wat ge ons
te bezitten,
dan
ons
ook
op die
uitgeeft, zijn recht
aanmatigende bewering door heiliger wandel staven
zal.
Meent
ontzegt, welnu, zoo spreken ze,
het recht van den eisch,
om
in
daden en
krachtsbetoon die zedelijke meerderheid te zien. Beweert
gemeenschap
een
met den
Oneindige
hebben kunnen, we eischen dan ook, dat
uw
door heel
leven zal uitstralen
u
en
weigeren
toe,
u
voordeel
dat
waar het hen zelven
mee
die
vrijspraak
ter
te
gunnen, dat,
gedurig aan de menschehjke on-
betreft,
wordt
volkomenheid
soms
zien ze scherp
en beoordeelen u naar den gestrengsten maatstaf,
op
ons
die goddelijke invloed
En daarom
!
gij in
staan, die wij niet
te
En
ontleend.
o
!
weet
ik
het,
dat schijnt
soms onbillijk te zijn, en maar al te vaak zoeken we aan de klem van dien eisch te ontkomen, door de onheilige bedoeling te brandmerken, waareisch
kunnen we
gesteld
niet Gel.
want
ze
hebben
wordt. Maar in ernst, dat mógen, dat
Neen, die strengheid
!
die scherpheid
drieten,
ken,
dat dunkt ons
bitterheid,
en er
recht,
dingen: óf ons Christendom
schen geboren, en dat h,
is
Zoo
ff
ij
in
ons niet ver-
op dien eisch niets af
slechts uit
te
meeningen van raenuit
God
zedelijke kracht, een heiligend ver-
mogen, een goddelijke bezieling is
is
mag
ons nooit bitter sma-
ontkennen we, óf zoo het
juist
dan moet het ook een
menschen
mag
van oordeel
uit
doen gaan, die
al
wat
uit
verre overtreft.
mij
blijft
en
il:
in
u,
of wilt ge, zoo ge in
sprak de Heer, dan draagt ge
heid Christenen
zijt,
Maar nu dan,
veel vrucht,
meent ge
die
waar-
veel vrucht.
dan reeds gedragen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's