Twaalftal leerredenen - pagina 75
(eerste en tweede zestal)
75
SCHULDBESEF.
daar
de
aanwijzing
geneesmiddel
kwaal
der
ook hier het vinden van het
is.
En waar dan de
eerste oorzaak van die onheilige neiging
wat dan de grondfout is van het heerschend schuldgevoel, waardoor dat schuldgevoel met onverbiddelijke noodzakelijkheid ligt,
zichzelf
en
ondermijnt
Vergelijk het schuldgevoel
vernietigt?
van den psalmist met het schuldbelijden dat
M. H.
is,
!
en
dunkt het antwoord
mij
is
bij
ons gangbaar
gegeven.
ons
Bij
wordt schuldgevoel en berouw schier voor eensluidend gehouden; den psalmist daarentegen gaat schuldgevoel oneindig dieper.
bij
Nog maar
men
zoekt
al te veel
ons ook in den schoot der
bij
Christelijke kerk het schuldbesef te veruitwendigen.
Men
gevoelt
schuld over een zondige daad, over een zondige handeling, over
een
zondige neiging, die
Men ons
openbaring
uiting en
tot
is
gekomen.
dat ook een zondig woord, eene zondige gedachte
beseft
schuldig
maar
stelt,
toch, schuld erkent
men
alleen dan,
met bewustheid door ons verricht, gesproken of gevoed werd. Eerst waar wij wéten dat wij gezondigd hebben, neemt men het bestaan van zonde aan, en meent dan slechts met zijne zonde te rekenen te hebben,
als
daad,
die
zoo
die
dat
zonde
in
is
die gedachte
ons
bewuste uiting gekomen
tot
maar voor onszelven
niet voor anderen,
Het
woord,
volkomen
natuurlijk,
M. H.
is,
zeg
ik
althans.
dat de zondaar zulk eene
!
opvatting van het schuldgevoel huldigt.
Immers hecht
aan de uiting der zonde, dan gevoel
mij alleen schuldig voor
dat
enkele
tegen
dat
over,
waarin
leven
mij
ik
en
zonde een dus
gedane mij
mijn of
slechts
oogenblik mij
doorgaans
voorkomt. Hecht der
waarin
oogenblik enkele
eigen
verrichte
eene
goed
misdreef, en natuurlijk staat
dan
zoo
menig ander oogenblik
en slechts
bij
uitzondering zondig
maar aan de daad, dan
is
dat eens geschied, los van mijn ik
buiten spel laat.
die uiting
wezen
is,
Zie ik alleen op de
zonde, dan dunkt het oordeel, dat komt,
uitwendige
daden, die woorden,
ik alleen
van geene zonde bewust ben, dat mijn
ik alleen
feit,
ik
ik
verantwoording, waarin wel die
die gedachten,
maar
niet mijn eigen
we-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's