Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Twaalftal leerredenen - pagina 23

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Twaalftal leerredenen - pagina 23

(eerste en tweede zestal)

2 minuten leestijd

NABIJ GOD TE ZIJN.

tente des Heeren, o

met

!

23

gejuich en als op engelentoonen

blij

zullen ze u begroeten als medestrijders voor de eere

Maar

indien niet,

ten

wilt,

lief

te

.

.

huns Gods.

zoo ge wel de banier des kruises begroe-

.

maar zonder

te haten wat Gods kinderen haten of wat Gods kinderen beminnen zoo ge nog

hebben

:

van hen, die hoofd en hart deelen kunnen, en wel

zijt

in het

bedehuis een Hallelujah voor Vader, Zoon en Geest aanheffen,

maar om

uw

in

uit

liever

dat

haren geest geboren,

eenmaal

kiest ge

door

uw

bewustheid, en zie

liever neen,

zeepbellen, die

schaduwen

deel in de wereld, zelf,

lijk

te

glorie het te zijn.

gij,

eer

gij

uw

gelijk

Azaf zong van zijnen God.

spatten, houdt

aan

uw

op

zonder

gestalten

met

liefde

die

aan

wezenlijkheid:

uit

den onheiligen stroom door Hem,

Redder van zondaren, van schepselen, geNeen, laat het u niet diets maken, het is al alsof er ooit ruste voor

uw

ziel

zou kunnen

den levenden God gevonden hebt Neen, ook !

ge Zijn schepsel, Zijn maaksel in

volle

is

maal begoocheling,

zijn,

met

het dan ook

zelven niet weg, ga niet verloren, en laat ook

nog gered worden

ziel

wiens

gunnen,

u

neem

niet

redden kan, en

Gel., blijit niet spelen

niet,

uiteen

niet

mede

maar

zingenot

ook van dat deel dan eens zeggen

of ge

doe dat

straks

te

werp

uw

wat toch u

iets

kunt „mijn deel in eeuwigheid,"

uw

Neen,, Avisch dan

te zijn

u zeggen, laat dan

ik

worden,

verstoord

neen,

maatschappelijk

blanketsel van godsdienst weg, trek dan niet

zou

haast

öf

uw

gezin, én in

dien Openbarings-God te loochenen, en een kind onzer

feitelijk

eeuw,

op,

én

voorts

den arbeid uwer handen en den arbeid van uwen geest

leven, bij

zijt,

ook

gij blijft

verlatenheid afzwerven, zoo lang

gij

u

gij,

omdat

eenzaam afdolen en niet wilt laten van-

gen door de goddelijke drijfkracht van dien Geest des Heeren, die het één en éénig Middelpunt

is

der geesten van alle vleesch.

meent wel verstrooiing te vinden, gij meent wel in uwe zonden en genietingen genoeg te hebben aan de nabijheid Ja,

ge

van wie met u afdoolden ziet

uw makkers

kringen,

zij

deelen

choor met u het

;

maar

toch

en speelnooten, ze

lied

wel

in

uwe

is

zijn

het zelfbedrog.

wel

bij

uwe

genietingen, wel heffen

der vreugde aan,

maar

toch

Want

gezellige zij

in

daar

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879

Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's

Twaalftal leerredenen - pagina 23

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879

Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's