Twaalftal leerredenen - pagina 254
(eerste en tweede zestal)
HET ONBEWUST ADVENTSGEBED.
254
En nu
de
zoo
dan,
schitterende
aan
sel
hebt
dan
ge
van
Geen tempel
maar heid
een ze die
schep-
alle
der aanbidding deed ruischen,
lied
maar een tempelruïne
meer,
die
u
die
is,
de
deze schepping
is
mengeling van wat schoon en wat on-
telkens
ontdekken
toch
zich
de natuur vermoeit. Sporen
in
uw
aan
verwoester
dat alles gegaan, de een-
over
is
bij
oog van heerlijke grootheid,
verbroken, en tot stof vergruizelt
is
weleer een
dien bedolven bouwval niet reeds het beeld
in
immers! Van daar menigte
van
aarde gezien, gelijk ze thans werd door den vloek.
deez'
oogelijk
één
plaatse
alle
tempel
God woonde en
beeld van Eden's hof was, waarin
voor
ligt
wat eens
u,
En niet slechts verstoring toont u hier en ginds, maar weg is de glans, weg de bekoring, nog wel soms van onder het stuf u tegenglinstert, maar der eere
zuil
even
u
dikwijls
;
verlaten
geen
waarts;
want
is
de
u
alles
de tempel
meer,
priester
maar van
tempel,
geweest.
teleurstelt,
waar
waarheid, loofde
is
zijn
God
op
het
die
altaar
verlaten, zietdaar
ijlings
en
de
in
levens
be-
meer
stijgt
op-
Een
ontsteekt.
wat deze schep-
en zoo dikwijls ge
uw
doffen
haar gesprongen plaveisel dreunen doet, hebt ge
u immers den Heer slechts in die schepping terug
om
heerscht
des
geen offerwalm
;
ping u van alle zijden vertoont, voetstap
doodschheid
frischheid
de heerlijkheid van den tempel
oplossing
van
te zien
te
denken,
terugkomen
het raadsel te vinden, dat u in die ge-
broken schepping vermoeit.
Met hetzelfde recht, waarmee men, staande bij den bouwval van Diana's heiligdom, ook nu nog van den «tempel" spreekt, kan dus ook van die schepping der natuur gezegd worden, dat ze te doel
en
dan
ook
midden harer vernedering nog grondlijnen,
een
heerlijkheid
een
gebroken
Gods
in
tempel,
altijd,
Maar
welks aard en wezen
zich te dragen,
herstelling roept en een
van dien God der heerlijkheid, die
is,
de
doch die nu, van die heer-
lijkheid beroofd, juist door de vernedering
weeropbouwing en
naar oorsprong,
des Heeren" bleef.
»tempel
zijn
van dat gemis,
om
terugkomen vraagt
heiligdom
verliet.
Alle lijden der natuur en haar smart, alle nood en
jammer
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's