Twaalftal leerredenen - pagina 238
(eerste en tweede zestal)
238
GODSDIENST EN ZEDELIJKHEID.
meer
wordt,
hoe
beden,
welnu,
schuldbesef,
én
beide,
zijn
souvereiniteit
die
niemand loochenen,
die
feiten,
genade wordt aange-
souvereiniteit der
die
dan
die
én dat
niemand weg-
moeten we die staan laten, ook al kan ons samenhang niet doorzien. Tot dien ootmoed wordt ons denken niet slechts hier, maar gedurig geroepen, zoo vaak het met zijn eindig meetsnoer den drempel betreden cijferen
mag,
denken
beider
van
wil
en
Wie
de oneindige zalen des Lichts.
ons denken, geheel gevormd
houdingen
dezer
zoodra
het
wereld
het
zich
geen
van
God
eindige
als het is
wereld,
gevoelt niet, dat
naar de afgepaste ver-
zich
moet vermoorden,
zelf
grens overschrijden wil, die van deez' eindige
de
Ons denken kan
leven scheidt. Immers.
oneindig
wereld denken zonder God, maar toch het bestaan begrijpen
kan
het
Ons denken kan
evenmin.
zich
geen
wereld denken zonder schepping, en toch werpt het en-
kele
denkbeeld
schepping
eener
zijn sterkte
al
omver. Voor
waar geen eeuwigheid achter
ons denken
is
en
de gedachte aan een eeuwigheid voor ons denken
toch
is
zal
óf
dat
aan
zijn
leven
ge
en
weet,
tijd,
Maar wie
ongerijmd. tijd,
geen
er
nu daarom zeggen,
zal
óf dat er geen
Maar dan
er geen eeuwigheid bestaat.
denken de heerschappij geven over
licht,
zijn
ook, wie geestelijk
dat het schuldbesef wordt weggecijferd, zoo
dulden
het daarbinnen leeft en zijn levensbeweging ge-
dat
Neen, M. H., gelijk Gods woord, én in ons tekstwoord én op elke bladzijde der Schrift, steeds Gods vrije verkiezing met het diepste schuldbesef saamverbindt, zonder den strijd, die tusschen beiden voor ons denken bestaat, ook slechts
voelen doet.
met een enkel woord getuigt,
steeds
het
dat
met het
te
diepst
zult
er schuldbesef zijn kan,
en
als ze
God. werpt,
En
;
geloof aan
Gods vrijmachtige genade
gelijk
zielverteerendst schuldbesef
gepaard ging, zoo
de geschiedenis u
verbloemen
ook
gij
niet
maar de hand
bij
uw
aan
in
de Godgetrouwen
denken vragen, of
den boezem steken,
melaatsen er uitkomt, van schaamte blozen voor als
niet
uw
ge dan, in uzelf verootmoedigd, u op de knieën
om
te
reinheid wandelen",
zeggen
:
»Heer, van nu voortaan zal
maar om van
Hem
te
ik in
smeeken: »geefm\j
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's