Twaalftal leerredenen - pagina 10
(eerste en tweede zestal)
10
NABIJ GOD TE ZIJN.
maakt
bijna
wetenschap
elke
zich thans dienstbaar. Wilt ge
geest leeren kennen, ga binnen in onze maatschappelijke
dien
vergaderingen, beluister den gezelligen kout van verre de meeste gezelschappen, klop aan waar het jonge Holland
dwongen
uw
knaap
jonge
die geest
is
eeuw
toch,
vrij
en neen,
toefluistert, ... ik
en onge-
moeder! wat
behoef u meer
rangen en standen der maatschappij vreet
in alle
meer
zingenot, dat altijd naar
gezichteinder
al
dit
meer dalen van
Een
zinlijk leven.
om meer
te schijnen
dan
men
en al het uitwendige vér boven het
schitteren,
te
een rusteloos jagen naar
Een
den horizont van
bij
van zedelijke kracht. Een zucht
om
is
vraagt.
weelde die doodelijk werkt op de ontwikkeling
van
verfijning
is,
o,
de onheilige drijfkracht van dien geest onzer
verwoestende kanker voort. Het
den
hoor
is.
Zie zijn
makker reeds
zijn
ja
u geen geheinmis meer, en niet
wat
zeggen,
te
—
beginselen uitspreekt,
zijn
in-
Een loswoelen van alle banden van ingetogenheid en stille zeden. Een verslappen van de tucht en een zich onttrekken aan elk gezag. En dan woudt ge zulk een eeuw nog gelukkig prijzen O ik wil met u haar lof bezingen, zoo we met den schijn vrede mogen hebben, het u wendige
te verheffen.
!
.
.
nazeggen, tend niet
!
.
het alles uitmuntend
dat
ons
schoolwezen,
naar het hart van
voeding
onzer
jonge
is
om
ons heen! Uitmun-
zoo de staat alleen naar het hoofd en zijn
burgers vraagt. Uitmuntend de op-
dochteren,
zoo geen moederplicht heur wordt opgelegd en geen eeuwigheid heur wacht. Uitmuntend den geest onzer dienstknechten en dienstmaagden, zoo ooit
gekomen
Christus alleen
breken,
maar
uitmuntend straten,
voor
als
de
in
geest,
de
is
die
starren
om
de boeien der slavernij te ver-
en slavinnen der zonde
slaven
zich
daar
's
betere
aan
den hemelhoog staan,
ernst,
naar brooddronken gegil ... O,
stippen,
Gel.,
als
ik
eisch
van het
te
om
flonkeren,
weet
het, er
maar toch, woord Gods ter
betere kringen hier en ginds,
men den
te laten. Ja,
avonds lucht geeft op onze
de priesteressen en koorknapen der wellust
of te luisteren zijn
ze
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's