Twaalftal leerredenen - pagina 139
(eerste en tweede zestal)
DE TROOST DER EEUWIGE VERKIEZING.
met
en
nariep
almeer, hoe
uw
achter
zelfs
uw
Hem
geboorte moet ge dan terugdringen naar in
gedachten
uws moeders schoot formeerde.
Hem
Die u zóó formeerde, wijl het
u schiep,
bespeurt ge nu
wezenaanleg daartoe medewerkte, immers
u alzoo, nog eer ge waart,
die
En
trouwe beschermde.
Zijn
zelfs
139
behaagd had, reeds eer Hij
vredes over u te brengen, ja Die u
des
formeerde, alleen wijl Hij u voorgekend had in Zijn eeuwigen
Neen,
raad.
de
niet
er
verbiddelijk
zich
houden,
wil
zelf
Och
afgesloten.
heil
welbehagen
gevonden hebt.
dan ook, den aanvang van dien weg
verfijnd
gemeenschap met God
zelven te vinden, en de
u
in
uw
van
eerste oorzaak
Zoek ergens, hoe
weg
geest op dien
terug, zoolang ge in des Vaders
en
volle
uw
geen rustpunt voor
is
verleden
het
in
hij
!
wie
iets,
u on-
is
hoe gering ook, voor
derft de geloofsvreugd, hij kent het
zalige der aanbidding niet.
Daarom
heeft
belend Amen,
dat het des roependen
zegt,
het gij,
het godvruchtig hart voor die Schrift een ju-
als ze alleen uit
wendend,
oog
tot
God
Gods
is,
dat eeuwige verklaart
de ontwaakten ten leven spreekt
Ik heb u gegrepen van de einden der aarde. Ik heb
gezegd: Gij
;
ons
Die nu her- dan derwaarts Niet
:
tot
u
Mijn knecht, Ik heb u uitverkoren, en u niet Van vóór de grondlegging der wereld reeds ging,
zijl
verworpen.
eer geboren waart, Mijn roepen naar u uit."
—
En
dies juicht
met haar ons hart nu den dag reeds tegen, waarin alle schepsel zal ter aarde liggen, en de Heer alleen verheven zal zijn, als Hij
opwaakt
verlicht
maar ook
vaten
der
verstokt, Die zich vaten der eere,
schande
alsof het ware.
uitverkoor
den vollen glans Zijner Majesteit;
in
Die
geformeerd niet,
:
Wat
stamelen
:
in het stof,
Die
roept
maar u
Tot Wien opziende,
we
hebt gij den Heere gebracht, dat Hij het
u zou wedervergelden? ja voor Wien we
om, bukkend
is,
wijl ge geloofdet u verkoor,
opdat ge zoudt gelooven.
eikanderen vragen
Die wat niet
heeft.
Hij,
maar ook
in
aanbidding nedervallen,
van ons zelven af te
laten,
en dankend
te
O, diepte des rijkdoms der ontfermingen onzes Gods
Dat vrijmachtig welbehagen Gods, en dat
alleen,
is
!
de grond,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's