Twaalftal leerredenen - pagina 264
(eerste en tweede zestal)
HET ONBEWUST ADVENTSGEBED.
264-
op haar dagen gekomen was", drager
gansche
der
profetie
')
opdat het zou blijken, dat de
niet
uit
maar
Israël gesproten,
door God was verwekt.
Zoo
dus treedt de profetie in haar samenhang met het van het schepsel voor ons, dat de smart der schepping
lijden
den
breedsten
grondslag
vormt,
waarop door de onrust van
het menschenhart een hooger grondslag gelegd
die eerst
is,
op
beurt in Israëls gebed het voetstuk ontvangt, waarop het
zijn
beeld het
verrijzen kan. Maar zoo min nu, als ooit met het beeld mag worden verwisseld, zoo min den nood der schepping ooit met de Godspraak
der
profetie
voetstuk
mag men verwarren. »ziet Hij
Buiten
Niet de mensch heeft van Messias gesproken, het komt" spreekt niet hij, maar »de Heer der Heirscharen".
daad
die
zonder
Gods,
moet daarom
die ingeving,
naar God onbewust en onvruchtbaar
het
zoeken
die
lichtstraal
den
uit
hooge
niet
blijven.
in het hart gevallen,
Was het
God zou even onbewust en dus werktuigelijk gebleven zijn, als de drang waarmee de bergstroom de diepte, de rookwolk de lucht, het vuur zijn voedsel zoekt, of waarmee zoeken
naar
magneet
de
naar
zich
de
noordpool en de bloem zich naar
het zonlicht voelt heengetrokken. Ziet het aan de heidenwereld,
wegen der wereld met haar
die op alle
kennis
is
verder
van
begon.
Ziet
dend,
in
uitgegaan,
en
toch
den Eeuwige bleek
dorst naar vreugd en
aan het einde haars wegs nog te zijn,
dan toen
afgoderij terugvalt, en ook
verlaten, öf zich in
vormen
weg pas
nu weer, van dien Geest
versteent èf heult
met den wereld-
nog eens den Messias wil kruisigen. onze eigene Kerk aan die moderne richting, geest,
die
het aan Israël, dat tegen dien Geest zich verhar-
die
Ja,
die
ziet
het in
wegslepend
schoon van onzen weemoed en onze smartelijke behoefte spre-
ken ze
kan,
maar
voorgeeft,
zich-zelve en de schare misleidt, zoo dikwijls
dien
roerenden
klaagtoon over hét pijnlijke
wonde den balsem der genezing gevonden
der
Neen ')
in
eerst dan, als de
Lukas
1
:
18.
honger voor
spijs,
te
hebben.
de dorst voor water,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's