Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Twaalftal leerredenen - pagina 32

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Twaalftal leerredenen - pagina 32

(eerste en tweede zestal)

2 minuten leestijd

BEDESTOND OP DEN HERVORMINGSDAG.

32 eerst

als

en

en

een

den?

eeuwen

drietal

een bespotting,

tot

mogen, wij

moeten

aan

het

ontwaakt? En zouden we dan

is

klagen

verwoesting

liefhebben voor

heimwee

heilig

't

over

niet

geboeid ter neder

als slavinne

een aanfluiting voor ieder

tot

een oogenblik genade van den Heer geschied ons

ervaring

tegenstand

feilen

zoo

leert,

volle verwoesting

nu den

nu

eerst de

openbaar geworden, en hebben wij

niet juist

nu

nu men

van

nood

te roepen,

we

in

heet

Christus

den

Is

oogenblikken geteld

om

schijnt,

van

slechts

in

Gewisselijk

spatten,

Maar maar

wat nog den naam

geen oorzaak

te loor

om

gebouw der kerk

het er

dan

zijn,

nood

geen

van

blijkt

den ontzetten-

elk oogenblik dreigt

der

kerk,

waar haar

en vooraf reeds elke poging hopeloos

de voorhanden bouwstof een nieuwen tempel

geen nood,

men

als

reeds zoo veler stem-

belijdenden te

zien

de

zonder de mogelijkheid ook

gelooven,

een band, die haar

van

macht van

's

Heeren Geest

te

is

zamen binde?

niet verkort,

en

het ook alles tot puin ineen, al moest ook alles uiteen-

viel

wel

ligt,

er

Is

?

eenheid

hoort opgaan, die nog slechts aan een gemeente hier en

ginds

al

uit

trekken?

te

men

belijden

te

alle

nu wat we hebben almeer onhoudbaar

waarmee

storten?

te

haar

hoe

allen reeds voorlang zijn voorbereid op

slag,

op

ziet

en uiteengeslagen en verstrooid

ging,

nu de tegen-

die te overzien,

eerst de aangerichte verwoesting in al

uitgestrektheid openbaar,

en

om

niet juist

Is

wet, die dat geloof als in een keurslijf binden

der

niet

Is

de

des geloofs den

scherper uitkomt tusschen den eisch des geloofs en

al

eisch

wil?

juist

en tot daden des ongeloofs verlokt

prikkelt

het oog gekregen,

eerst

spraak

weeropbloeiing

die

voren nooit gehoord zijn?

te

als

hoe

voor

als

waar

is,

ligt,

gewor-

is

van verwoesting roepen mogen, omdat er

Niet

nog

die onze kerk

hoe de koninginne van

zien,

uit

éénen Geest die allen dringt,

weer samenwerking,

weer

zal

ook dan allengs

eenheid geboren

worden.

toch, als ik die kerk, ik zeg niet het genootschap, neen, die

kerk

weeropbouwen

onzer niet

vaderen

gedacht:

zie

als

invallen, en er ik

wordt aan

de vrucht van zoo veel

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879

Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's

Twaalftal leerredenen - pagina 32

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879

Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's