Twaalftal leerredenen - pagina 202
(eerste en tweede zestal)
202
DE HEERE ONZE ROTSSTEEN.
Machten en volkeren komen en gaan, Niets doet
Moge
hem
aan."
al
het
gloeizand der woestijn verstuiven: diersoorten
verdwijnen,
die
eens
de eeuwenoude
leste
mogen
ja,
afbrokkelen
grauwe
hem
die
ten,
dan
— ten
hij,
hebben gebraveerd
wat
zij
rotssteen, blijft zijn heffen, en, al deerde
stuggen kop door den zach-
om
aarde heen, meer te leven,
de
hemel
niet, steekt hij zijn
der.
om meê
haar jammer
rotsklompen
eeuwen door den mensen
alle
te bespot-
leeft.
dan wonder, dat de aanschouwing
het
Is
verschuiven,
wereld
schoot
te
van rondom van kleur verwisselen,
onveranderlijk
en
spits
ten
na de stormen
de bergen
al
bekropen hebben: vallen ten
rug
zijn eik,
onwrikbare
dier
heeft aangegrepen?
Dat meer dan iets anders, die steenrots hem het beeld is worden van wat eeuwig is en blijft? Dat hij bovenal door rotsgevaarten tot vereering en nabootsing
is
verlokt? Of meldt
hoe gansche volken de rotsspelonken
niet
de
hun
erve als heilig oord vereerd, de steenrots in
ons,
historie
een
heilige
gestalte
hebben aangebeden.
meesten
onzer,
hoe nog
altijd
Mekka's
heiligdom
als
Mahomed's bij
had
Jeremia van hen, »die
voorts,
thans
te
zamen
ons
ting aan"
niet
de
zich in
tot
vereerd?
ook
Laast
een steen zeggen
:
gij
nooit
Gij hebt mij
kerkgevaarten
van
steen, als
waarin
we
wat vooral onze hooge kerktorens anders, door 's menschen hand van wat de wilde
zijn,
dan nabootsingen rots
Weten
Mahomed's volgelingen
Jehovah den nek toekeeren? Wat, zoo vraag die
zijn
in
hun midden
neclerbuigen voor het zwarte rotsblok, dat
stamgeslacht
gegenereerd" en ik
ge-
die
vertoont?
Geeft niet ook in onze dagen die rotsves-
den Moezel, dat adelaarsnest op de bergen, een beeld
van het alleenblijvende aan dat veege Frankrijk, waarin alles bezweek? Ja zagen we niet ook ons volk, toen het der vergetelheid ontrukken wilde, wat het doorworsteld en doorleefd had,
op
het
plein van hoofd- en hofstad, de rotsblokken op-
eenstapelen, om, door lijden
en
zijn
monument en door
uitredding
Maar genoeg M. H.
bij
het
Niet
op
gedenkzuil, van zijn
nageslacht te doen spreken? dien stroom
mogen onze
ge-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's