Twaalftal leerredenen - pagina 30
(eerste en tweede zestal)
30
BEDESTOND OP DEN HERVORMINGSDAG.
men
dat
ook
men
gewonnen, het
oprechtheid
der
deel
een
mijn
—
Schrift,
wedervraag,
God
nu
in
de
als
degelijker
verlaten
goud-
dan, zoo hoor ik nog eens
waarom
en
bidden saamgeroepen,
bij
om
in
uw
onzen
zulk een voorspoed dan tot
verkeerden
we
in
den bangsten nood?
antwoord Gel.!
Ziet hier mijn
We
maar
meer waarheid
weer een
dat alles dan geen overvloedige stof
is
roemen,
te
delven
dieper
en
uitgedreven,
gelooven,
frisscher
onderzoeken, weer der
is,
vermeerderd en
getal der belijders
zuurdeeg
farizeën
weer een
openbaar,
ongeloof
zijn
bij
thans, ja, ongeloovig gebleven
van het huichelen spaart. Niets verloren dus en
zich de moeite
een
maar
was,
ongeloovig
toen
huichelde, en dat
beroemde muren samenglaspunt noem van
vieren dit jaar het derdehalf eeuwfeest van die
kerkvergadering, die in 1618 binnen Dortrecht's
kwam. de
maar
zin,
ik
Zeg
ik
zeg,
uitwendigen
in
haar
in
dan de eeuw die
dagen
een
hevigen
ik
beweer
niet in geestelijken
en grootheid
na Dordt's synode gevolgd
die
toen
?
den
Christus,
Terug
is?
O! denkt u in was door
in die
vijand toch,
bij
eenparige
slechts in een enkel geloofspunt
dagen, toen de Geest der waar-
heid nog dreef en drong in het lichaam der gemeente, te snijden
volle
om
af
de vermenging van leugen en waarheid, en de kerk,
al tastte ze lijk
zoo
te veel,
geheel ons volk, ja beroerd
maar vriend en
strijd,
verschillen kon.
—
luister
verleden geen glansrijker tijdperk te kennen
terug,
van
belijdenis
zoo ik haar het
veel,
te
onzer kerk,
geschiedenis
mis
in
dat
uitblonk,
de keuze harer middelen, toch daarin heerze
toonde een karakter
bewustheid dat karakter wist
te
te bezitten
bewaren. Neen,
en met
we
kun-
meer terugdenken in die dagen, toen onze kerk der Hervorming niet door, maar ten spijt van haar bond met den Staat, een macht tot zedelijke verheffing van ons volk nen ons haast
bleek:
naar
niet
binnen
geëerd,
naar buiten gezocht was: en de
mannen van roem en faam, niet slechts als haar zonen genoemd, maar als haar geesteskinderen beImmers nog boezemt ze ons eerbied in, de groet werden. grootste
talenten,
de
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's