Revisie der revisie-legende - pagina 56
ANTICKITIEK OP DR. VAN TOOB.ENENBERGENS TWEEDEN AANVAL.
54
formule
die
tegen
juist
het
interdict
der
Staten
verdedigd
gehandhaafd
en
hebben.
Maar bovendien, als ik schreef, dat de onderteekeningsformulie „lichaam en vorm" gaf aan het standpunt, in de artikelen aangeduid, wil dat dan zeggen, dat in die formule juist die punten werden aangevoerd, die in deze jongere artikelen boven die van Delft uitgingen Och, immers niets er van.
Geen
?
te Delft was behandeld, komt boven reeds gezegd: met dat lichaam en vorm" is wel gedoeld op de relatie van hoogleeraren in de theologie tot de kerk, maar volstrekt niet op de samenstelling van het collegie van curatoren en andere poli-
in
enkel punt,
die formule
voor.
dat wél
En
te
Dordt, maar niet
gelijk
,,
tieke bepalingen.
nog de zonderlinge verklaring af, „dat uw brein kan" wat de optreding van Polyander bij de aanbieding van het
In verband hiermee legt Gij niet bevroeden
request aan de Staten voor
Gun
mij
van
„uw
U
nadeeligs in zich houdt.
brein" betere gedachten
commissie van Holland een verzoek rakende de benoemt daarin heel het moderamen, niet-benoeming geen enkele reden eenigen hoogleeraar, die uit Holland Althans
die
indien
er
een
benoeming aan, en leent
er zich
te
hebben.
moet benoemd worden om naar de Staten academiën over te brengen, en de Synode met uitzondering van ééu lid voor wiens bestond en benoemt in diens plaats den en deze neemt ter Synode aanwezig was ;
;
;
toe,
om
die wenschen, inclusive de onder-
—
dan dunkt mij toch, zeer bij de Staten aan te dringen, waarde Broeder, dat hierin een zeldzaam sterk bewijs ligt voor mijn beweren „dat de hoogleeraren te Dordt niet met de Staten opponeerden tegen de kerkdijken, maar moeds genoeg bezaten, om aan de zij der kerkelijken op te treden bij en tegen H. Ed. Mogenden." teekeningsformule,
En nu eindelijk 4. De normale §
Op
verhouding van hoogleeraren en kerk
punt staan twee beweringen naast of tegenover elkander. U was het in normale overeenstemming met de Calvinistische beginselen, dat het Hooger Onderwijs, zonder medezeggenschap of ingerentie van de was er dus niets op aan te kerk, geregeld en gegeven werd door den Staat merken, dat de Staten de onderteekening der subjectie verboden en kon op geen minder beding, dan hun suo jure zitten in de Provinciale Synode, aan onderteekening der formule gedacht worden. Naar mijn bescheiden meening daarentegen is het eisch der Gereformeerde beginselen in een Staat die, gelijk destijds. Gereformeerd was: l*'. dat f.an de kerk en niet aan den Staat de beslissing bleef van wat voor Gereformeerd zou 2*^. gelden dat het Hooger Onderwijs van Staatswege, edoch op zulk een wijze zou geregeld worden, dat voor geheel het onderwijs en met name voor de geboden werd, theologie, waarborg voor overeenstemmig met die beginselen, ten genoegen en ter beoordeeling van de kerk; 3o. dat de theologische professoren, als college van „doctores Ecclesise" in die Synode zitting badden, waar de beslissing over de leer viel; d. i. niet in de provinciale maar in de nationale; en 4''. konden niet, dan door gedeeltelijke afwijking van het normale, de academische personen onttrokken worden aan de jurisdictie van den localen kerkeraad, om als classis sui generis te deputeereu op de Synode-Provinciaal. Te gelegener tijd ben ik gaarne bereid, ook over dit gewichtig punt met U dit
Volgens
;
;
;
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 176 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 176 Pagina's