Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Twaalftal leerredenen - pagina 49

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Twaalftal leerredenen - pagina 49

(eerste en tweede zestal)

2 minuten leestijd

CHRISTUS, DE BRON VAN ZEDELIJKE KRACHT.

Zoo was het

49

den aanvang, en zoo bleef het geheel de ge-

in

schiedenis der Christenheid door. In het vooropstellen van een

eigen

verspreiden

het

belijdenis,

van een eigenaardig geloof,

met eigen vormen van eeredienst, kon liet Christendom nog op één lijn worden gesteld met zoo menig anderen

het optreden

bodem den eenen na den anderen

godsdienst, als vooral Azië's

zag opkomen, een

tijd

lang bloeien en weer ondergaan.

Maar

wat geen dier andere bewerkte en alleen het Christendom

tot

stand bracht, het was de zedelijke wedergeboorte der volkeren,

waaronder het optiad. die

van

andere

vernieuwing,

ter

bleek

zich

dragen,

te

ter

schijnbaar slechts nevens

allen,

en

meer

Het verschil van de als

een oase

in de woestijn der

was zoo zichtbaar voor

uitbreidde,

in

telkens de

Heidenwereld van rondsom

wereld der Christenen, die

des levens, zich al

een zedelijke

zij

eeuw aan eeuw weer

die

zedelijke krachten in de

in kleine

boom

dat

herschepping en wederbaring

goddelijkheid van haar oorsprong bewees.

som der

was de godsdienst

hierin

geplaatst,

uitnemend boven die

Christus

kracht

Hoe dan ook

godsdiensten

elks

oog en

om

den

menschheid

zelfs

in

tijden

van geloofsverflauwing nog zoo scherp geteekend, dat het diep-

gaande

onderscheid

getoond

nooit

De

steeds voor zich zelf sprak.

wereld,

behoeft

worden, maar

te

Christelijke en niet-Christelijke

waren vaneen gescheiden door eene grenslijn, die zijn, veeleer met diepe groeve door

ze

verre van ooit zwevend te leven

der

volkeren

samenviel

met

die

het

wilt

ge

verheffing

getrokken

en

bijna allerwege

licht

en duisternis, of

was,

andere grenslijn, die

en verlaging der menschelijke natuur van-

een scheidt

Maar

ziet,

Christendom zwevend, het

uit,

juist

maar en

daarin

ligt

dan ook de zwakheid van het

onzer dagen, dat thans die grenslijn niet slechts schier

onkenbaar

gedurig" wordt

is

geworden.

We

spreken

het weer herhaald, dat een deel

van

ons volk, een deel der maatschappij, met prijsgeving van

het

Christendom,

armen

zich

weer

de dwaling der Heidenen

in

de

heeft geworpen, en allerwege gaat een noodgeroep aan

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879

Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's

Twaalftal leerredenen - pagina 49

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879

Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's