Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Twaalftal leerredenen - pagina 241

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Twaalftal leerredenen - pagina 241

(eerste en tweede zestal)

2 minuten leestijd

241

GODSDIENST EN ZEDELIJKHEID.

sef

worden losgescheurd, en tot in de diepte des levens de van Gods toorn gaat. En daarom, neen, het schuldbeneemt niet af, maar klimt met de klimming des geloofs,

en

als

zonde

trilling

met

een

in

dan

En

zag.

hart

stof

der

hart

vervult.

zonde

zag,

zoen voor

en alleen Hij

is,

alle

dingen weet."

gesloten vertrek plotseling een zonnestraal

nu

zoo

halfgesloten

om dm

dan nóg

kier der luiken dringt, zien

ons

haar

eeuwige diepte der zonde nog

bidt ze zelfs

waar

stofreep of dezelfde plek,

deel

al

en ze die

nimmer

die dusver

ze

in

te speuren,

en belijdt ze nog in diepen ootmoed, »dat

God meer dan ons wanneer in een een

hoogte en diepte,

als

die ure de

Ziet,

door

zoo

klaarheid,

zonden,

verborgen

haar

al

haar zonde zoekt na

zelfs in

peilen,

te

des stervens, in de ure der voleinding, de

lengte

dan weet ze niet

ure

nogmaals en

breedte ziet

de

in

dan

ziel

ook

oog,

bij

is

liet

ontdekken,

we

op eens een breede

straks ons oog geen enkel stof-

het in ons hart.

somber

schijnsel,

heel den

dat

Ook daar kan niets

van het

dampkring van ons

Maar wordt door Gods Geest ons zielsoog geopend, Zonne der gerechtigheid door de luiken

dringt het licht van de

ons hart binnen, o! hoe voller het Licht dan wordt, hoe

van

meer we dan ook

het

we eertijds nimmer zagen, tot eindelijk we onbezoedeld waanden, zijn stof voor

dat

zien,

dat

laatste,

ons ontdekt. Niel slechts soms,

besef voor het geloof,

weg

langen

ons-zelven

heeft

uw

af

en,

nemen. op,

leggen, die van onzen wandel naar het.

hart u verwijt, dan

onbedachtzame woord, kondt,

te

Ziet toch, als

leidt.

klaagt en

maar steeds verdiept zich zoo het schuldomdat het ook na de bekeering nog den

dat

eerst

uw

Maar gaat de klaarheid des

naar

dat

hart,

wijkt de tevredenheid,

uw

geweten

is,

komt

aan-

waaruit

schuldgevoel een einde geloofs al

uw daad

al

meer over u meer naar uw

uw daden voortkwamen.

dan komt de vervreemding,

afkeer van u-zelven, en eerst als de walging der

geworden

u

het die zondige daad, dat

ge zoudt willen vernietigen, zoo ge

zoo het u gelukte, zou

dan keert het verwijt zich van

hart,

is

het schuldbesef ook op dien

ziel

weg

Eerst

eindelijk de

volkomen

tot zijn rust.

16

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879

Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's

Twaalftal leerredenen - pagina 241

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879

Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's