Twaalftal leerredenen - pagina 213
(eerste en tweede zestal)
213
DE HEERE ONZE ROTSSTEEN.
ook
gaat
Neen
als
Israël,
vraagt
het
u, gij
die pelgrimstocht door een woestijn.
meer, wat voor
niet
woestijntocht het verzengend vuur
en u tegengloeit
slaat
zien
naar
naar
het
des
bespeurd,
niet
uw
van Hem, Die
blik
Den gloed van
is
)
in
dien toorn hadt ge eerst
de wolken der zelfmisleiding
toen
J
»een verteerend vuur"
apostels
Zijnen heiligen toorn.
dien
ziel bij
het zand. Immers, ge kunt niet op-
uit
den Hooge, of ge ontmoet den
woord
uw
dat van den hemel neder-
is,
zijn stralen
Maar nu, nu die stralen loodrecht; ongebroken, op u neervallen, nu ziet ge dien glans niet slechts, maar dringt hij met niets-sparende kracht op geheel uw wezen aan, drukt op uw ziel met loodzwaar wicht, en doorzengt u met zijn heilige schittering tot in het binnenste uwer nieren. Ja, niet slechts van boven druipt die vuurgloed van Gods heiligen toorn op u, maar het is, of geheel uw zondig leven, met den vuurdrop van dien toorn bedauwd ; u dien nog aan
gloed
zielsoog onttrokken.
om
terugkaatst,
dubbelen.
Er
neer
gij
van
smeltkroes
ontkomen,
geen
is
aemechtig dreigt
maar
kent
gij
dan
tot
zijner
om
niet
u komt
in
uw
Met
wie uwer werd,
kent
gij
.
.
ooit in ze,
.
en
den die
»Laat mij sterven, Heer, zoo
als
Maar dan, M.Br.,
de eeuwige Steenrots
verlatenheid, als Hij
ontferming
dan
zijn
zich
met de lendenen
onder u buigt en achter u
de
leeft
te zetten.
toch,
Hebr. 12
:
niet
29.
gebroken
eeuwige ziel
wordt.
in
op,
O
!
tusschen
gestalte
weer
Geborgen
Rotssteen, weet ze zich
')
!
geworpen
klaagt:
ziel
gerechtigheid
Zijner
Steenrots.
Maar
te ver-,
klaagt u
en de zengende hitte van Gods toorn door de koele
trekt,
uit
O
voor een eeuwigen dood!"
is
eeuwige
Heilige,
De hemel
u.
geen verademing,
is
ook de heerlijke vertroosting,
schaduw
weer
er
te zinken.
toorn
dien
oogenblikken, dat de het
benauwt
de aarde getuigt tegen u. Niets tempert voor u dien
en
aan, gloed.
verblindende kracht voor u
zijn
Alles bedrukt, alles
achter
ons
en
die
den
dan poogt ze de longen
de klove van dien eeuwigen
met den Heilige verzoend.
alleen de hitte van
Üeut. 4
:
24.
Gods toorn moet voor
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's