Twaalftal leerredenen - pagina 116
(eerste en tweede zestal)
116
MARIA
HET KRUIS.
BIJ
schrijdt ze voort, en dringt ze dichter, al dichter naar de vree-
plek,
selijke
.
.
haar voet de glooiing van den
eindelijk heeft
.
kruisheuvel betreden, ... en ze neemt haar sluier weg, en
stond ze daar,
met een
toen
ja,
hart, dat geheel buiten zich zelf is getrokken,
de moeder des Heeren, leunende op den jonger, en zocht en ont-
Hem, Die daar aan
moette den blik van
had
lief
Wie
smart het te
Maria's
hoe
Mater,"
niet uit, die in
zoek u
in,
kruisheuvel
nen.
de
en
onder
van dien
Neen,
zelfs
het »Stabat
gevoelvol ook, put de diepten
heur bange
haar
ziel zich
dei-
O, denk
openden.
tot
om
dat kruis,
om
dien
zich
alles
eene
plaatse der verschrikking te
reeds voor het fijngevoelend vrouwenhart,
strijd
!
getrild'?
aanbad.
ziel
die bij het voelen
nevens haar, poog u daar in haar plaatse
als
voor
Wat om midden in plaats,
heeft
Hoe vereenigde
stellen.
maken
ziel
rhytmisch
het kruishout hing, Dien ze
de diepte harer
al
u de aandoening,
schildert
door
blik
moeder, en nu met
als
het baldadig gewoel, daarbuiten op de gerechts-
oogen van het woest gemeen zich
de
Wie uwer
om
eens veroordeelde van nabij te moeten aan-
terechtstelling
schouwen? En
te vertoo-
deinst niet terug bij de enkele gedachte
welk een
dan
terechtstelling?
niet door hel
vlugge zwaard, niet door het rookend vuur, dat
zijn slachtoffer
in
de
walmen dood
neen,
hult,
maar door
het martelend kruis,
langzaam door de leden kruipt en
slechts
den vollen aanblik der smart u gespaard wordt.
waar van
niets
En wien zag
Maria daar, gefolterd en bedropen met Zijn eigen bloed? neen,
maar een natuurgenoot, maar haar eigen Zoon, Dien ze Wien eens de zaligste droomen van haar moederhart zich hadden vastgeknoopt. En niet
eens onder het hart gedragen had, aan
hing
nu,
daar
zoo
heldere
die
Hij,
het bloed, dat uit de
handen, leekte
.
.
.
Zoon, naakt en uitgetogen, het eens
betrokken
gelaat
wonden
door uitputting, bezoedeld door Zijner slapen, de
van haar Zoon kan alleen door de dat
ijslijke
wonden
Zijner
Neen, niets kan haar gespaard, de aanblik
gekocht.
volle
aanschouwing van
al
Dat koortsachtig trekken der lippen, die
doorboorde handen, die gezwollenheid der spieren,
— het moet
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's