Twaalftal leerredenen - pagina 226
(eerste en tweede zestal)
226
GODSDIENST EN ZEDELIJKHEID.
dienstzia gold het in de erve der Moabieten, en toch. wie zal
het niet met ons diep onzedelijk doemen, dat een moeder haar eigen kind in het gloeiend koper van den Moloch wierp. Kwet-
send
voor
ons
tot
ons zedelijk gevoel
Griekenland
op
blos
onzen
gekomen
zijn
goden
zijn
wangen,
de
geest
van
de beelden en figuren, die
zijn
optochten, waar meè Van schaamte komt ons een
de
heilige
eerde.
de jammerlijke tooneelen zich voor
als
die naar het geloof der
ontrollen,
Heidenwereld
den godenhemel werden afgespeeld; en zoo het nog bewijs
in
behoefde, dat althans in de oudheid de godsdienst tot onzedevoerde,
lijkheid
zou
ik
u
op de jonge dochteren
wijzen
Astarte's eeredienst, die den goden te offeren
den, wat de
vrouw het
En meene niemand nam,
Heidenwei eld en
godsdienst
uwer,
zich
dat, wijl ik die
Kerk die
Jezus'
in
zedelijkheid
Reeds
Integendeel.
en het teederst
heiligst
bezit.
trekken strijd
de
uit
tusschen
minder scherp had doen gevoelen.
de eerste eeuwen na Christus
in
bij
gedwongen wer-
zijn
de
secten opgestaan, die, de wet Gods lasterend en de genade tot
een
wereld of
omstempelend,
verfoeiing
van
misbruik
door
elke
het
vleesch
en
zelfs
hun gruwelen verbaasden.
krachtige
gisting in Jezus'
droesem doet
heiligen
naam
den
in
predikten
opschuimen.
des Heeren het
de ongeloovige
Ja het schijnt
Kerk
altijd
Zóó althans was het ook
dagen der Hervorming, toen de overheid van
in de
Amsterdam de »naaktloopers" om hun zwaard
sloeg,
wraakneming
zelfs,
weer dien on-
dit
zelfde
schandelijkheid met het
en de gruwel der wederdoopers de vorsten uittartte.
En
tot
zoo immers schijnt het ook weer
onze dagen te worden, nu van de overzijde der zee de mare
in
komt van schandelijke zonden,
ons
tot
vroomheid
optreden,
en kenen voordoen van een
geestes
met
zelfs
in
die in het kleed der
onze eigen erve zich de
lasterlijk drijven,
tee-
dat de vrijheid des
vrijheid tot zondigen verwart.
gaan godsdienst en zedelijkheid uiteen, dat zoowel onzedelijkheid in naam van den godsdienst als godloocheJa,
ning ik
zoover
in
weet
naam het,
der
Het zijn, waarop de mensch
zedelijkheid verkondigd wordt.
de uiterste punten der
lijn,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's