Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Twaalftal leerredenen - pagina 28

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Twaalftal leerredenen - pagina 28

(eerste en tweede zestal)

2 minuten leestijd

28

BEDESTOND OP DEN HERVORMINGSDAG.

uwen Naam genoemd wordt,"

die naar

stad,

ook onze bede aan we

van

gemeente ten prooi

als

onzer

kerk

die

den Ontfermer op

tot

ons gebed voor den nood

zijn,

vaderen,

naar

die

zoo klimme dan

de verwoesting waar-

bij

Christus

naam

zich

noemt.

Of

nood

die

dan

er

onzer kerk dan mi

gebeurtenissen

in

die

ons

dat

de

die

als

een stortvloed

gebouw onzer kerk aandruisen en haar muren dreibuigen ? Of we dan nu juist een nood aanschouwen,

tegen het

gen

zoo schreiend is? Of

juist

grepen,

plaats

te

we

bidden dringt, daar

tot

toch jaren lang meenden,

onzer kerk nog dragelijk was

staat

niet tot opzettelijk bidden

te achten,

en nog

drong?

O, zoo ge den toestand onzer kerk van thans met dien van

voor er

H.

M.

stof

neen, ik stem het u toe, dan

vergelijkt,

maar

geklag,

tot

Evangelies,

de stoutste hoop aan geen der ouden

zooals

van dagen geprofeteerd had. Wie voor

brengen,

en

niet

alom

tientallen

honderden

eens

bij

rechtzinnigen

streden

met

schare,

die

worden

tot

de

hen,

die

honderden straks

de

die

tot

ware prediking des

gejuich begroeten en

blij

met vreugde

zich

wie den Christus Gods belijden willen? Zijn de in

den

feilen

lande,

en beurtelings

handvolle,

rangen

den kerkstaat van

die

zoo verduisterd en bedekt, zoo geschuwd en

gesmaad, weer met aansluiten

geworden,

van

aangegroeid

Evangelies,

met

er,

Zijn niet de enkelen tot tientallen, de

geschiedt?

tot

duizenden

ten

is

eeuw zich nog voor den geest weet te wonderen meent te aanschouwen in wat

vierde eener

het

thans

is

roemen en juichen, moet op onze lippen

veeleer tot

Immers niet dan dank en lof waar we alom getuigen zijn van een weeropbloeiing

!

zweven, des

jaren

dertig

geen

haat,

nauwlijks

uit

weggesmolten

eens

tot

een

minachting doodgezwegen of be-

niet

iemand

weer aangewassen

tellen

kan:

ja zijn

tot

een

ze niet ge-

een macht, die de spotters van gisteren reeds duch-

ontzetting

een

geestdrift

en

vreeze?

luidruchtigheid

en

Is

ijver

er

niet allerwege in

hun

openbaar, die meer aan

van overwinnaars dan aan den nood van

fel

be-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879

Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's

Twaalftal leerredenen - pagina 28

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879

Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's