Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Twaalftal leerredenen - pagina 174

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Twaalftal leerredenen - pagina 174

(eerste en tweede zestal)

2 minuten leestijd

174

RUST DER ZIEL

goddeloosheid

binnen, en niets

sters

Heeren op de lippen huis.

toe,

laat af

vloekt,

gij

huis door kieren en door ven-

maar den

vinden,

tijdgeest

meester van

»Laat af, roept ook daar de Heer u

van die zondige scheiding, waarmee ge godsdienst

Koning

en leven uiteenrukt. huis te

geest der eeuw, dien

uw

thans gewoner, dan de belijdenis »des

is

te

En daarom

het

uw

De

afstroomen.

de lucht, dringt ook

in

zit

DE ONRUST DER TIJDEN.

BIJ

zijn,

uw

in

Mijn eere.

is

maar ook Koning

hart,

broeders en zusters! naar Mijn inzetting moet

dienstbaren,

in

kroost en ouders, vrijen en

Gij,

gij

samenleven en wandelen naar Mijn wet.

En dan door Heeren ten Frankrijk Schier

van

o,

een

als

niet

zich

beijvert

het

in zijn

iegelijk,

van

trots

dan

ik,

zijn o,

zinnen

zijn

om uw om uit

de Verderver

bedrijf

zoo vraag

uw

ligt

we

niet te

schuld

dat

breuke.

En

wij, die het

roepen: »Op

u,

en zonde!" en hoe

Frankrijks wufte zeden en

Maar wie

verstaan.

te

zijn

is

schuimbekkend

zonen en dochteren, die ver-

zijner

mijn volk!

volk uit.

het,

weergalooze ellende neer.

schaamteloos

nedering

van

hoe gereed

een

tot

hartverscheurend

diep,

beroofde

waar?

Frankrijk

minder ernstig

viel

viel,

woede,

zien,

het hart en door het huis, gaat dat roepen des

slotte niet

gij

zijt

dan,

gij

den broeder oordeelt?

Zijt

met leedvermaak den steen opneemt, om dien op het schuldig Frankrijk te werpen? Hoort ge dan dat roepen niet: » Voorwaar zeg Ik u, indien gij u niet gij

zonder zonde, dat

bekeert,

weg

zult

gij

gij

desgelijks vergaan."

der volken afgeweken, hebt ook

dartelheid gedronken, zijn ook lijkheid

verzwakt,

verslaafd,

dan aan

ook

niet

stille

ernst

Zijt gij gij

uwe jongelingen

uw

ook

niet uit

niet

op den

den beker

niet

dochteren meer aan zingenot

gebonden ? Die lauwe weelde,

ginds een natie vallen deed, heeft ze ook u den eens zoo

schen dampkring niet met haar zwoele dampen verpest vergulden der zonden ook

belachen Ninivé

bij

zich

in

stof

Frankrijk's hoofdstad zoekt

?

Is

die

fris-

het

u niet inheemsen geworden, het

van de degelijkheid ook heeft

dei-

door onman-

en

men

bij

u niet gehoord?

En

en

ook

assche

bekeerd,

in bestrijding der

nu, in

zonde thans

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879

Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's

Twaalftal leerredenen - pagina 174

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879

Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's