Revisie der revisie-legende - pagina 24
»PUBLYCK epistel" AAN DR.
22
J.
VAN TOOli-ENENBERGEN.
J.
langer over te laten aan de critiek van wie aan
niet
zinsneden gewend
Ge
Acht
het
dat
den
bij
Er
U gemunt
was
daaraan deel nam; per-
?
bestaat oorzaak tot die vraag ?
om U
Ga,
hiervan te overtuigen,
Voorrede aan uw
Ge
ontleden der
der Gereformeerden; althans voor
strijd
zooverre de auteur der »Leidsclie Professoren"
soonlek op
liet
zijn.
doet
volgd
U daar
wordt"
lezers alzoo
toch voor als iemand, die door > Dr,
een »van ontrouw'^ betichte;
als
>
maar eens
zelf
na,
wat Ge
uw
in
verhaald hebt.
Kuyper
rusteloos ver-
een
veroordeelde,
als
met deze zonderlinge woorden: hoop geen enkel beleedigend woord tegen hem geuit te hebben." Die laatste woorden nu vooral verraden immers de gemoedsstemming iemand, die telkens voelde, dat hij op het punt had gestaan om beleediging over zijn lippen te laten komen, maar ze inhield; of ook die »ten toon is gesteld"; en besluit
iemand, die
oordeelde,
dat er eigenlijk wel terdege aanleiding
beleedigen bestaan had, maar
er,
Toch te
niet
U
nu
tot een beleediging
wijze waarop
de
een
van u te
men
zoo iets niet.
van mijn persoon geprikkeld hebben?
mij
ik
van
van afzag.
uit overleg,
Indien geen van deze beide in het hart zijn geweest, zegt
Wat kon
om
^Ik
mijn »Leidsche Professoren"
in
weer stelde? Immers, onverwgld na lezing hiervan beantwoorddet Ge de present-exemplaar met een vriendelgke briefkaart,
toezending
van een
die speciaal
ook hulde bracht aan »de modus quo der bestrgding/'
Dat kan het dus niet zijn geweest? Maar, eilieve, wat dan? Zeker
niet
een
persoonlijke
antipathie,
mengt Ge de heusche woorden: »Voor dus wel,
ziet
in
uw
Voorrede
iedere herinnering aan vroegere
welwillendheid en persoonlijke betrekking
Ge
want nog
blijf ik
dankbaar."
dat het zgn moet, zooals ik vermoeden
dorst,
en
dat er psychologisch geen andere oplossing overblijft, dan te onderstellen dat Gij, in
uw
eigen oogen
en tentoongestelde",
als
»
de rusteloos vervolgde, van ontrouw betichte
martelaar onder de onbarmhartigheden der Gere-
formeerde lieden bezweekt.
Veel wordt dan begrijpelijk, wat anders duister
Zoo op
b. V.
Uw
mgn arbeid uw eigen
en in
bijna onheilig zeggen, dat
»
oordeel een » verstandige^' zet
overlaten
gewichtiger
En
bleef.
overlaten van de critiek
aan den Heiligen Geest »meer overleg, dan deugd'^
Ook, hoe uitvoerige anticritiek van
met dat
Uw
pleit,
aan
de
critiek
uw
mag
is,
heeten.
eigen hand op het ééne punt,
van den Heiligen Geest"
van nog
zich rijmen laat.
evenzoo, hoe
uw
eigen bekentenis, dat Gij »een deel der Dordt-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 176 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 176 Pagina's