Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Twaalftal leerredenen - pagina 214

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Twaalftal leerredenen - pagina 214

(eerste en tweede zestal)

2 minuten leestijd

214

DE HEERE ONZE ROTSSTEEN.

uw

u afgekoeld, ook

met

gebroken

u

voor

de

de

verdampt,

schreiende

dorst

moet gelescht worden.

wereld, al

nood

al

Al hebt

haar valsche inhoud

is

gij

rook

in

de verzoening gevonden, daarmee

is

uw

van

is

hart nog niet vervuld.

Hebt ge dan verzoening, dan blijft het in uw binnenste nog gapen een peilloos ledig, en daarom, juist van den verzoende

niets

met geldt

het,

dat »gelijk het hart schreeuwt naar de waterstroo-

men,

zoo

zijn

waterputten de

ge

strekt

maar

hart,

der

lessching.

woestijn,

hand

ziet,

l

dorst naar den Heer".

ziel

Ge zoekt

in u.

is

En nog maar ze

naar

uit

)

eens

En

biedt

waterbakken van

de

Nog

ze zijn gebroken.

versmacht.

Ge

ze

tot

laafnis

uw

is

als

hoogt.

O! hoor dan

Schrift

bij

dorst.

eens

uw

eigen

maar

En

uw

uwer

niet

één

uw

ziel

toch,

maar hebt

een dampkring

dat schreien

naar de

Nog

eens zet ge de water-

zóó prikkelend, dat ze den brand op

loos,

de

van

dorst naar gerechtigheid,

de ongerechtige wereld

om

bedolven.

zijn

kruik aan de lippen, die de wereld u medegaf,

druppel

nu, die dorst

ge

ziet

om

ze niet, en

zóóvocht-

u,

lippen nog ver-

ziel,

hoor dan wat

u toespreekt en verga dan niet van dorst naar de

mijn broeder, maar kom hier, kom tot den uws heils, en die Steenrots zal ook voor u zich klieven en u met overvloeiende gerechtigheid uit de diepten des gerechtigheid,

Rotssteen

Eeuwigen drenken.

Ziet,

gelijk

Israëls

wachter de Steenrots

sloeg van Meriba, zoodat de wateren als beken vloten, zoo zal

de Christus ook u de stroomen geven des levenden waters, en »het zal

in u

worden

tot

een fontein, die

eeuwige

tot het

le-

ven springt". Neen, niet die van verre staan, hooren het heilig ruischen

van die »wateren der gerechtigheid", maar

God den

tooverstaf des geloofs reikte,

slaan

rots

kabbelen,

uw

kunnen, en

verdorstende

Ja,

Psalm

4-2

en

altijd

nieuwe

gij,

wien

op de Steen-

uw

voeten

laafnis zijn

voor

ziel.

om 2.

zult niet

waterbeken zullen voor

de

meer nog dan water

kloven. Is dan

')

of

zal laafnis

er

gij

besluit die Steenrots voor

u

in

haar

Jezus wil het zoete der wereld u bitter ge-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879

Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's

Twaalftal leerredenen - pagina 214

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879

Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's