De leidsche Professoren en de Executeurs der Dordtsche Nalatenschap - pagina 111
!
BiJLiGM. Immers
l07
ook nu weer in zijn meesterlijke dupliek. van zijn talent, kennis en gevatheid was in staat nog met zulk een apparaat van geleerdheid een aftocht te dekken, waarbij het verlies van dien slag allerminst door hem ontveinsd wordt. Stak er dan ook maar het minste in voor een geleerde, als dezen Rotterdamschen doctor, om een enkel maal Dbewijs van feilbaarheid"' te leveren, ik zou, na zijn heusch wederwoord mij van eiken verderen lansstoot onthouden hebben. Nu echter het quandoquc clorniicat bonus Homerus mij gelooven doet, dat de gevestigde naam van dezen gevierden schrijver er uitnemend wel tegen kan, dat een jonger strijdgenoot hem eens een enkel maal uit het zaal komt lichten, hoop ik elders dit niet onbelangrijk steekspel met dezen ridder van blazoen voort te zetten. Voor uw publiek zal het genoeg zijn op te merken, dat Dr. J. J. van Toorenenbergen mij zelf toegeeft, dat de heeren Walaeus c. s. de onderteekening afsloegen, wijl die hun door hun superieuren verboden ivas. En voor dat eene afdoende wapen, hang ik voorshands alle overig wapentuig aan den wand! Geloof mij, hoogachtend en onder belofte van U in dit geschil niet weer te zullen Alleen
zijn superioriteit ten deze blijkt
toch
een
man
mengen.
Uw Dw. Den 80.
Haarf, 45 Januari 1879.
Ook
dit
stuk
van dupliek werd in
Dr. A.
Be Heraut
Dienaar,
KUYPER.
van 19 Januari opge-
nomen, met deze bijvoeging: Natuurlijk neemt ook onze redactie hiermee elk woord terug, dat, tegen den anoniemen der Gereformeerde eere volkomen op zijne plaats, tegenover een man van wetenschappen als Dr. Van Toorenenbergen, eenvoudig ongepast zou zijn. Zoo intusschen terug, dat we ons tegelijk er over beklagen, dat zulk een Doctor van historiƫn goed kon vinden, met bedekt blazoen ons aan te vallen. Niet aan ons dan ook, die ons naar recht van wapeneer verweerden, maar aan hem, die zich derwijs bloot gaf, sta het voor hem krenkende van deze vergissing ter verantwoording. Waar Dr. Van Toorenenbergen met name in het krijt treedt, zullen we tot den einde toe hem eeren met het saluut van onze hulde en onze hoogachting. Maar sluit hij zijn vizier en maakt hij zich opzettelijk onkenbaar, dan blijve voor zijn bestrijder
rekening wat er van komt.
En
hierbij
bleef de zaak voorloopig rusten tot ik ze
nu weer heb opgevat
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 116 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 116 Pagina's