Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Revisie der revisie-legende - pagina 51

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Revisie der revisie-legende - pagina 51

3 minuten leestijd

ANTICRIÏIEK OP DR. VAN TOORBNENBERGENS TWEEDEN AANVAL.

49

de censuur der Provinciale Synode te zetten, had er wel terdege subjtctie, eerst aan ha,ar oordeel, en ter tweede instantie aan dat der Synodeook, zich onder

Nationaal plaats.

Uwe

Het was,

c.

dus niet op.

tegenstelling gaat

wel degelijk hun bezwaar, dat

zegt Gij,

deden gelden

zij

;

de

de subjectie. Ook deze tegenstelling fantaseert Gij in het geding in. Van een ander bezwaar toch dan vo.n die „subjectie" is in gansch het geschil door niemand spoor noch schaduw ontdekt, eer Gij in den jare 1878 er in de Stemmen meê te berdr interdictie der Staten

betrof alleen

kwaamt. op den aangegeven grond (zie boven § 1 a) bepaald het „in alles" ernstig bezwaar hadden geopperd en bezwaar hadden doen gelden, dan moest dit uiteraard met even dit als hun zoo vele woorden door hen zijn gezegd. Zoo dikwijls toch een ondergeschikte (en de faculteit was de ondergeschikte van Curatoren en Staten) een officieel bescheid aan derden o\erbrengt, ontstaat de zekerheid, dat hij niet slechts een ontvangen last overbrengt, maar ook uit eigen hoofde handelt, dan eerst, als ik of van elders weet dat de inhoud van

Maar

ontken

;

stel

al

stel,

dat

dit besluit

gemengd

wat

;

ik

tegen

zij

uitdrukt,

subjectief gevoelen

zijn

of

dat zijn meester er zich

of dat die meester er tegen was,

heeft,

adhaesie op het Zonder één dezer vier

ticuliere

niet

in

een par-

er

bescheid volgde.

officieel is

of eindelijk, dat

dat kort en goed niet plausibel te

maken

;

laat

staan

te bewijzen.

Gij

nu

Gij

herhaalt,

van deze vier geen één. wat ik zelf schreef, dat hun door de Staten verboden was in de subjectie te bewilligen (p. 3) en dat over die subjectie reeds dispute was gevallen te Dordt; maar zoekt U dan sterk te maken door te wijzen op de woorden: „dat de facultas theologica, met goedvinden van Curatoren, niet heeft levert er

,

willen toestaan"

Dat

(p.

nu

schijnt

4).

heel

wat.

De

faculteit wilde niet, en

de Curatoren hebben dit erf/o ging

maar er slechts in bewilligd. Jtqui het verzet wel terdege van Walaeus c. s. uit. Maar met uw welnemen, wist Ge dan niet dat het stuk, waar dit verzet der

faculteit niet uitgelokt,

in

voor-

door Uzelf en dat het goedvinden van erkend is dat de faculteit als lasthebber handelde Curatoren niet op een zich schikken naar de faculteit zag, maar op een meegaan met de Staten ? En wat nog het ergst van alles is, moogt Gij, zeer waarde Broeder, als er in het stuk staat, dat deze woorden op vroejjere disputen, en niet op Walaeus slaan, deze woorden dan toch uwen lezers voorstellen, als op Walaeus doe-

kwam,

de

uit

afkomstig

Staten

is;

dat

het

interdict der Staten ;

;

lende?

En

dit

uw

eer

en

Want

uw er

waarheidsliefde niet

staat

te

na?

Walaei

uitdrukkelijk in

Opera,

p.

422

:

de letste Nationale Synode, ende vooE desen meermalen v oorghev allen dat de facultas theologica haar dezen opzicht, met goedvinden ook der Cura-

„Alsoo is....

Komt

toch dat doet Ge. in

toren, niet heeft willen

toestaan."

Gij U beroept, slaan dus volstrekt niet op het geschil over de onderteekeningsformule, maar op de disputen met Arminius en Episcopius. Maar, lieve Natuurlijk wantrouw ik ook hier geen oogenblik uwe eerlijkheid. Broeder, de fout is toch anders al vrij erg en grof, en verraadt wel de zwak-

De woorden,

heid van een Zelf de

„het stuk

waarop

positie,

die in zulk

een

anachronisme

nietigheid van dit stroohalmpje

ging door

heil

gevoelende,

zoekt.

zegt

Ge

er

dan ook

Walaeus' handen!"

4

bij

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879

Abraham Kuyper Collection | 176 Pagina's

Revisie der revisie-legende - pagina 51

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879

Abraham Kuyper Collection | 176 Pagina's