Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Twaalftal leerredenen - pagina 234

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Twaalftal leerredenen - pagina 234

(eerste en tweede zestal)

2 minuten leestijd

:

234

GODSDIENST EN ZEDELIJKHEID.

en

bidt

eeren

geestesdoop

neen,

;

dan hebt ge ten

eerst

geloofs ontvangen, zoo ge ook in

volle

uw

maken, dat

het

»Ik

inzettingen wandelt en Mijne

in Mijne

gij

den

zedelijk

slechts de vervulling begroet der goddelijke belofte:

leven zal

wilt

des

rechten doet".

Of acht ge

dat

moed

den

ook

voor u inkrimpen

de

en

van

H.! Welnu, hebt dan

»om

van

niet

Hem

Wilt ge dat volstrekte geloof

worden,

de

kracht

zoo

uw

van

Want

God.

uw

van God

brachten plicht

hart

eigen

den

aan

moet

dan

maken uit

God:

gij

zoo ge in

uw

tot

tot

smeeken, en na vol-

het zelf

had gewrocht. Dat

dat

zijt,

uw God"

is,

zoolang het bidzoolang ge vast-

Hem, Die op het gebed verhoort, laatste komen en ook dat »Ik zal

doet" in

het

uw

uw

dat ware onoprecht

:

uw

geloofsschat opnemen. Alles

maar ook

zaad, de kiem, de wortel, de bloem,

van

en deugd,

ontkoming aan

hoe ge u ook keert of wendt,

Gel.,

»begeeren van

roepen

gij

het

de vrucht

uw

Neen,

ook

ge

dat

bidden an-

meenen, dat die reiniging vrucht was van

te

een

uw

liefde

roepen naar den hooge: Heer, reinig mijn

streven.

nog een

u

houdt

voelt ge toch

ge het bidden nog niet verleerd

zoolang

brengen hebt.

verzoeking woudt afsmeeken

de

zedelijke kracht af te

te

en straks

,

!

te

al

tot

verleiding, tot

in

dit

dan

laat

de kracht

meenen, dat

te

ware geveinsd,

uw

staan

tot

niet,

gij

van

afslaan

tot

boezemzonden,

eerst

dikwijls

maar door

te bidden,

Hem

eigen vrijheid, uit eigen zedelijke kracht

ders

„Onze Vader"

het dagelijksch brood

zonden", en belijdt het dan voor God,

andere

het

al

M

overtuiging, en laat het

de enkele bede

tot

vergeving

ge

dat

veel geëischt,

te

uwer

zedelijk leven, düs een

godsdienst

waar

eeuwige verkiezing,

wilt zijn en oprecht bovenal in

gebed. In ernst, Gel., er kan geen sprake meer van gods-

dienst zijn, zoo ge de kracht, den doorslag, de ontplooiing van

uw

zedelijk leven

tweeën niet,

één:

óf,

zoo

óf

aan uwen God onttrekken woudt. ge

zelfs

het geestesleven nog

ge het kent, dan staat ook in

geestesleven

oneindig

aarde

En

bezit.

kent

gij

hooger dan,

die

dan

elk

uw

Want van bij name

schatting dat

ander goed, dat ge op

zegt, dien schat te

hebben, ge

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879

Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's

Twaalftal leerredenen - pagina 234

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879

Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's