Revisie der revisie-legende - pagina 46
EERSTE ANNEX E.
Anticritiek op Dr. Van Toorenenbergens tweeden aanval.
Vw anticritiek bespreekt tweeërlei zaken quaestiën die het geschil tusscheu ons wel, en quaestiën die het tusschen óns gerezen different volstrekt ?«e^; raken. Qui bene distinguit, bene docet. Sta mij daarom toe, U over deze beide geheel :
verschillende stoffen afzonderlijk te woord te staan. Eerst dus, toets ik de door gebezigde verweermiddelen, die met het tusschen ons gerezen geschil niets uitstaande hebben, en die U derhalve geen stroobreed verder zouden brengen, ook al kon ik ze (J niet uit de hand slaan.
U
Ze
§
Hier zetten
drie in aantal.
zijn
Be
1.
staat
der
inwilliginrj
het
wet,
Ik
tusschen
wijd aan elk dezer drie een afzonderlijke paragraaf.
der
Bordtsche Synode door Hollands Staten.
ons zóó,
dat Gij beweerd hadt:
„Pas na het
ver-
maar
toen ook terstond, hebben de Staten van Holland, en dat wel onvoorwaardelijk, de Synode ingewilligd." Ik daarentegen: „Niet het verzetten der Staten, maar reeds het afdanken der waardgelders, heeft de Staten
op
den
25
Augustus, lang voor het verzetten der wet, genoopt, edoch voorde Synode toe te staan." Tegenover dit mijn gevoelen handhaaft Ge thans uw oorspronkelijk schrijven, dit nader in dier voege bepalende, dat met die „inwilliging" door U gedoeld is, niet op het besluit der Staten van 25 Augustus, maar op dat van 27 October. waardelijk,
Te
dien opzichte nu ben ik bereid, na uw meer ampele verklaring gehoord hebben, terug te nemen, wat ik als door U bedoeld ondersteld had, met inbegrip van de redeneering, die op dat misopvatten van uw meening rustte. te
Te erkennen
Wagenaar X deel, p. 309, en niet gelijk ik giste p. 239, was; en U toe te geven, dat metterdaad de op 27 October aan de Generale Staten verleende acte onvoorwaardelijker was dan de inwilliging ^an 25 Augustus, waarvan die acte heette gegeven te worden. door
U
alzoo,
dat
geciteerd
Naar Ge wel merkt is uw tegenpartij in het cedeeren van wat geconcedeerd moet worden, bij lange na niet kruimelachtig, maar eer grif en gul. Dit geeft mij evenwel hoop, dat Gij dan nu ook Uwerzijds even grif en gul zult zijn met de erkentenis van datgene, waarin ik U ga aantoonen, dat Gij ook nu weer dwaalt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 176 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 176 Pagina's