Twaalftal leerredenen - pagina 194
(eerste en tweede zestal)
194 ze
HET KRUIS VAN CHRISTUS HET LEVENSIDEAAL. die wereld, gelijk ze door de
uit
is,
deugd
en
kiem van leven
een
zonde werd, kracht
te willen
tot
trekken, en toch de
knie te buigen voor dat kruis, dat zulk een deugd veeleer tot
zonde stempelt
daarom, idealen
dan
kent,
den wortel
om
af,
moet het
toch, al
uit
En
den dood.
kan
niet
uwer
één.
zichzelf, snijdt het kruis die
alleen zelf voor
uw
oog
tot teleurstelling leiden,
te schitteren.
wie zegent het
dat ook dezulken nog door den Christus geboeid, nog door
niet,
tusschen
strijd
worden? Wie durft zeggen, of, in den hun streven, de Gekruiste niet ten
getrokken
kruis
dat
Christus en
O
leste zal zegepralen ?
moet het naar het
uw
heid des
leven
want, in tegenstelling met
zijn,
allen bij
En
geen
en
kruis van Christus, neen, het
het
men nog godsdienst wil, dan Want wat baat der arme mensch-
zoolang
!
kruis.
spreken van een Vader in de hemelen, van een Bron oneindig Al wezen, zoolang niet in de werke-
een
levens,
leven die God zich als werkelijk openbaart? God in deze wereld, God met deze wereld strijdend en dies God deze wereld behoudend, waar zal uw ziel Hem anders ontdekken dan in Jezus' kruis? Van God voelt ge u gescheiden,
van
lijkheid
En
dit
nu,
moet gedempt: schuld gevoelt
die klove
zonde, en
»met God hereend,
nu....
uw
ge, al loochent
ge de
schuld verzoend," waar
anders zult ge het vinden, dan wegzinkend in den dood van dien
den bodem van Wiens goddelijk hart alleen aard
op
Eenige,
en hemel samenvloeien? Zelfvernietiging
is
bidding, de drang der zedelijkheid in u, en
waar anders dan in Hem,
Wien
in
vend terugvindt,
wat
aangrijpt,
en
zijn
zult
die wereld
en
gij,
in dien
ge
als
ge,
uw üw
eeuwigen levensgrond
maar
daarmee
niet
diepte de
ernst zijn,
wilt
is
ik,
ware gij
ik,
juist ster-
nieuwe schepsel,
uw
maar
Hem,
gestalte dier wereld voor
—
maar hoe
uit
wereld
ten bloede
niet kruisigen kunt in
dweepen,
zijt
en
strijd,
zult gij die
in een schijngevecht,
durven,
den dood, zoo ge ze
Met idealeu
als het
hoe, zoo vraag
toe, ja tot
leeft?
wezen,
Met de wereld
bestrijden
Wiens eeuwige
wederom vraag
afgrond durven hederwerpen,
naar de voorkennis, naar de verkiezing,
uw God?
in
zijt
u
ge
zult
de drang der aan-
zal
zoo ge niet het hoogste u ten ideaal
in
u ophet u stelt,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's