Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Twaalftal leerredenen - pagina 138

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Twaalftal leerredenen - pagina 138

(eerste en tweede zestal)

2 minuten leestijd

DE TROOST DER EEUWIGE VERKIEZING.

138 ik

mij ook op

dan

Gods

in

het

eeuwige

dat

deren

godsdienstig bewustzijn, dan vraag ik

anderen

leven,

zelf

God

uwe

ban

dan

!

lippen,

en vaar

om

naar de

gij,

krachtige geest te

blijft,

Veins dan niet langer, maar spreek het

God

van

hij

hemels zich

niet

uw vroomheid

uw

eeuwige,

en

liet

het

heil uitsluitend

uit

is

het anders? d.

God.

erken

i.

Ziet toch,

gewerd het u? Door cle prediMaar dat zelfde Woord dat u aangreep, het met u gehoord, waarom dan trok het

leven, hoe

dat

des Woords.

.

ook die ander heeft u,

bracht,

meer afhangt, voor wien de poorte des

ontsloot.

dat de oorzaak van dat

uit

dat het be-

uit,

uwer ziel, hoe zou maar aanvaard dan ook de eeuwige verkiezing,

king

die het

!

scheppen

Gij verfoeit dit uit het diepst

gij

voor die an-

hemel op ;

van eeuwig leven den doodsteek aan

en

vrij

alle ontferming,

in het aangezicht, ten

bestaan hebt, een kiem van wat eeuwig

zit

aller

Ligt dit aan u, hebt

niet.

O neem

heerschappij des hemels te dingen,

uzelf.

uw

de vrijspraak van dat oordeel,

verworven ?

vloek op

een

als Lucifer,

bij

verkiezing rust?

vrije

hebt

Gij

uw

waarin ge anders,

getuigenis,

hem

.

ongevoelig

?

Wijl

gij

geloofdet, zegt

ge

.

.

.

Maar verder dan, van waar uw geloof? En gij spreekt van een neiging uws harten, van een kommer die u pijnigde, van Maar toch, ook dat was niet immer een dorsten uwer ziel. zoo. Er liggen ook dagen achter u, waarop ge nu terugziende, .

ongeveinsdelijk

.

van uzelf verklaart, dat ieder ander

dien honger scheen te zullen komen.

dan

gij,

dus

dan de Heer heeft toen

tot

uw

wil geneigd,

toen, eer

Wie

anders

ziel

geleid,

uw

uws gemoeds aangegrepen? O! hoe ver ge ook op uwen levensweg terugziet, immers altijd was de Heer u

in

de

vezelen

u voor, u reeds genade bereidend, toen u

om

reeds

trekkend

en achter

u,

van verre, toen

en immers,

al

gij

gij

nog

Hem

nog verwierpt, Zie nu

niet badt.

wat u weervaren

is,

het scheen

voor u zonder samenhang, maar Hij schikte het samen grootsch en eenig doel, nog eer

gij

Ja hoe ver ge ook achterwaarts

ziet,

tot

een

dat doel kondt bespeuren. altijd

stond Hij

daar ala

de goede Herder, Die het onwillig en verdoolde schaap opzocht,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879

Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's

Twaalftal leerredenen - pagina 138

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879

Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's