Twaalftal leerredenen - pagina 80
(eerste en tweede zestal)
80
SCHULDBESEF.
afmetingen
ontzettende
schuldgevoel
Immers wie op hoogeren
baard?
merkt gedurig zonde
deze zelf zonde daarin in
moet
uitbreidt,
de
leert
het
S.
van de grondgedachten, ons
achtigheid
van
Zoo
zich zijn
en hoe
ons,
de ervaring van het geestelijk leven ook hier de waar-
staaft
staat,
hart
zijn
in
uitstrekken.
in die Schrift
van
trap
in zijn naaste op,
maar zonder
dat
ook van verre maar de gedachte
of
ziet,
geopen-
geestelijk leven
hem opkomt, om aan schuld daarbij te denken. Wat tal zonden zouden we niet kunnen opsommen, zonden van van
zonden
oneerlijkheid,
verfijnde
zonden van hoog-
laster,
moed, zonden van eerzucht die allerminst juist door de schuldigen als zonden worden gevoeld. De balk in het eigen oog de splinter in het oog des broeders,
en
woord,
sterfelijk
weer M. H.
staven
ge
leefdet
immers een on-
Ja
u
hier
liet
woord van den
roep ik
allen
van uzelven gekomen
uw
tot zijt.
getuigen,
Hoe
toch
geestelijk leven?
onbezorgd voort, en met zeer kleine
ook
drongen
menschelijk
ook
ervaring,
u de ontwikkelingsgang van
bij
kind
metingen
blijft
er zonde blijven zal, en dat telkens
komt.
die tot ontdekking
!
was ook Als
door
bevestigd
Psalmdichter
zoolang
af-
wel de onreine tochten van het
toen
uw
hart naar buiten in
kinderwereld van
uit
uw
—
maar gij niet, die het wist. Opgegroeid tot knaap, begont ge iets meer te verstaan van de grens, die goed of kwaad vaneen scheidt, maar niet' de wil reeds niet-onschuldig kinderhart,
Gods,
neen
de
wil
van
wie
u opvoedde, trok die grenslijn
flauwer of scherper in de voegen
gegaan
van
schrede
tot
uwer
schrede op
ziel.
uwen
Zoo
zijt
ge voort-
levensweg, allengs
der wereld, de meening der menschen voor u eens voor u als knaap het gezag uwer moeder wat geworden, was, en toen hebt ge met de vrijheidsdorst van den jongeling is
het
gezag
elk
gezag verworpen,
wet
te zijn,
heerlijk
—
tijdstip,
tot
om
slechts uzelf ten heerscher, uzelf tot
zoo lang,
totdat
—
eindelijk
o
noem elk voor uzelven dat uw oog ontdekt werd voor !
de klem van Gods wet, voor den eisch en het gezag des Heeren.
En
niet
waar? van dat oogenblik
af hebt gij
met
al
min-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's