Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Twaalftal leerredenen - pagina 259

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Twaalftal leerredenen - pagina 259

(eerste en tweede zestal)

2 minuten leestijd

259

HET ONBEWUST ADVENTSGEBED.

dat

tend,

te

Eene uw God en Zaligmaker

die

vermoeden

u op,

niet in

zoeken.

En daarom

uw

onleschbaren

met en

werpt

ge

gaat

op

u

God de

bij gij

gij,

zichtbare, dat de wereld voor u

het

al

op den weg der wereld,

uit

met uw onverzadelijken honger,

dorst,

nu

schitteren doet, en zoekt

komt ook het

is,

vervulling van dat ledig

dan

in rusteloozen arbeid,

in wis-

selend zingenot dat knagend gevoel te onderdrukken.

Maar neen, binnen,

het baat niet, een geopend graf

één

als

dier

drie,

Een

»dat ze niet worden verzadigd/'

op

den

bodem neerkomt, wat

bodemloos

waar

vat,

alle

dat

een

enkele druppel

ziet

uw

hart

u

aan.

blijft

het daar

waarvan de Spreukendichter levend er

gij

in

zegt,

alles

dood

werpt.

Een

waarin

graf,

wateren doorheen vloeien, zonder Ja, als

blijft.

om meer

altijd

met opgesperden muil vragend, altijd meer

gij werpt er in, al wat gij hebt, uw wetenschap uw roem en eer bij menschen, uw krachten en uw uw moeite en uw tranen maar het baat alles niet,

eisenend, en

en kunst, smarten,

:

steeds eindeloos

het hart begeeren

blijft

och, dat ge het toch

;

met eindige wa-

begrijpen kondt, dat een oneindige dorst niet

Want wat

teren wordt gelescht.

naar

geluk,

branden dat

geen

en

roept

u,

o mensch, die dorst

die zich nooit laat afmatten,

maar onuitdoofbaar

wat

blijft,

uw

sef,

dat

anders, dan een innerlijk dringen,

vrede neemt met het eindig geluk dat ge verwierft,

om

dat vollere en volle geluk, dat alleen Gods ge-

meenschap u brengt? ten,

ze

is

in

is

dorst naar geld, gij

arm

goud en zilver? pogen der ziel

zijt

en

Wat

anders

is

uw

zucht naar schat-

dan het dringen van het

arm

Wat anders om door te

blijft, is

uw

hoe

rijk

innerlijk be-

ge ook wierdt

in

dorst naar kennis, dan een

dringen naar dat wezen der din-

gen, dat geen wijsbegeerte u brengt,

maar

alleen in

God wordt

uw ontembare heerschzucht,

gevonden? Wat anders dan het heimwee naar

die koninklijke macht,

Eden

en die ge thans niet kunt terug erlan-

bekleed

waart,

eindelijk,

is

gen dan met de kroon die God u bestaan, geheel

uw

aanzijn,

biedt.

met dat

waarmee ge

O! zoo

is

in

geheel uw-

rustelooze. dat nooit vol-

dane, dat ongedurige, dat u kenmerkt, zoo

is

al

uw hartstocht,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879

Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's

Twaalftal leerredenen - pagina 259

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879

Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's