Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Twaalftal leerredenen - pagina 189

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Twaalftal leerredenen - pagina 189

(eerste en tweede zestal)

2 minuten leestijd

189

HET KRUIS VAN CHRISTUS HET LEVENSIDEAAL

wie

deld kleed

om

bloedvlek

aan

Een bezoe-

de schouders, een vuile plek op het gelaat, een

handen,

onze

we

en afleggen wilden

dat

meenden we

Maar wien was het kleed, maar met de huid uwer

van

geheel

aan

Niet

haar

haar

door

wegschuren

noch

afwasschen

uwe handen. ziel

doortrokken,

vergiftigd.

moest

een

vernietiging

meer

van

kondt

dacht,

het

Er was geen zonde

Hém

uw

Vernietig u geheel, snijd u-zelven

dan

er

door

levens

uw

naar

Zijn heiligheid.

nog

in

Zijn

En

Hij,

bij

'

in

ge

?

u overblijven een

Hem

woont.

in u

En

niet eeren als

De wondre kracht van

Daar

uw

zelfs

nu,

des

strijd

bij

dat streven

Immers geen purper hangt Hij geen schat, geen macht trekt langs Gabbatha,

de kracht des levens, die in

Hem

is,

is

Zijn heilig leven werkt

Leidsman,

staat het kruis! Hij

hier

ziet,

de lichtzinnige wereld.

Hij roept het »volg Mij" ook

zie,

dacht

God, roemen toch

Hij,

door Gethsemané,

al

dagen doem

ontkieming en ontplooing van dat hei-

dat streven dus

troon beklimt

Zijn weg.

immers

gemeente, boeit nog

de Voleinder, ziet

helaas, zoovelen in onze

zeggen,

wie

Zelfs

Ook

u zóó doen gevoelen.

het

gelijk,

nog zou

dat,

af,

heilig leven uit Zijn dood.

mij

laat

zonde weg,

En wat

een dooding,

op te gaan, en, zondig stervend in dat kruis van

de Christus.

leen

zijn,

uw wezen. Eerst zoo ge u-zelven niet ge uw zonden wegdenken, en dien strijd, Maar nu, kom hier, kom niet bestaan!

wedervinden.

u

zedelijken lige

maar gy

ontworstelen,

van Christus, mijn broeder!, zink melaatsen van

Of ook, ook

in u,

Aan haar u

kruis weg, en rein en heilig zult ge in dien Ge-

in

uw

in haar,

dat

Christus, put ge

ge

gij

en in de diepste voegen uwer

kruis in

kruiste

zich die bloedvlek op

liet

neen, dien kondt ge

zonde

omgehangen

saamgegroeid.

als

ziel

dus een ontworstelen aan u-zelf

dat

weet

van ons was-

was de zonde, maar

u

waart met de zonde vereenzelvigd.

bij

dat de zonde was,

kleed, die vlekken

bleek het niet ras? neen, niet

schen.

Niet

de

niet spoedig bleek, dat hij zich-zelf in

wien het

er,

is

opvatting van dien strijd had bedrogen? Nietwaar!

zie,

uw

zich

ziel

om, geen

Zijn oog. Zie,

naar Golgotha

schuwt dat

al-

toe.

kruis,

leidt

met

al

en toch begeert Hij het,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879

Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's

Twaalftal leerredenen - pagina 189

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879

Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's