Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Twaalftal leerredenen - pagina 229

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Twaalftal leerredenen - pagina 229

(eerste en tweede zestal)

2 minuten leestijd

GODSDIENST

ting,

die op

u

Nu

in zijn

den

jongeling,

zoolang het huisgezin

die,

was, een ieder vreugde gaf en en

getogenheid,

zeg mij,

straks

Denk

uwen God.

voor het oog van

zoudt

jongeling,

rijk

het denkhaar dat ge, volkomen zede-

is

engen kring des aanzijns, nochtans diep onzede-

deez'

lijk

2"2')

ZEDELIJKHEID.

Gods, als levend in dat eeuwig

als schepsel

der geesten, rust.

lijk

EN

lof inoogstte

u slechts

gansche wereld

zijn

door

zijn stille in-

het zoo ondenkbaar, dat diezelfde

is

de wereld uitgaande, hoe zedelijk

in

ook

hij

het huisgezin, toch diep onzedelijk blijken zal, zoodra

was

in

zich

een

ander

hem

king voor

met hooger eischen en nieuwe verzoe-

leven

Welnu,

ontsluit.

dien huislijken kring

;

dan

vergelijk

eeuwig

laat voor u het

deez' aarde rijk

bij

onzes Gods

zijn,

wat voor dien jongeling de wijde wereld was, en immers

het

behoeft

geen

engen kring kan zoodra zijn

men

ook hier zedelijk

dien

in

en toch diep-onzedelijk van hart blijken,

met

wereld

eeuwige

die

onpeilbaar

dat

betoog, zijn,

zijn

verzoekingen,

diepe

oneindige eischen, met

haar

opent

poorten

voor ons hart.

hangt dus af van de vraag, wat ge met

Alles

heid

bedoelt,

welken

in

Bedoelt ge daarmee het

uw

roeping

liggen

eischen,

de godsdienst u

die

slechts

niet

deugd

allereerst

op

dit

en zedelijkheid

zelfs,

te

komen met de niet slechts

eindig

gelijk-

op

dit

aardsche

aanzijn rust mijn oog,

sprake

is:

zedelijkheid

is

le-

waar

ook,

is

leven naar den eisch des eeuwigen levens,

meer

zeer zeker, dan kan er van botsing geen sprake

hebt ge ook den

uw

oneindig hooger

Doet ge daartegen de an-

stelt.

dere keuze, en zegt ge: neen,

van

verplichtingen

dan moet

natuurlijk,

zal,

vloersche deugd wel in botsing

ven,

zedelijk-

eindigen levenskring, voor het luttel aantal jaren dat

in deez'

hier

nakomen van uw

stipt

uw

ge het woord »zedelijk" opvat.

zin

zijn,

naam van ^zedelijkheid^ slechts gebezigd,

maar

voor wat

,

dusver in onz' aller schatting als »heiligheid'' gestempeld stond.

Gaan we blijven

ver

we

door

van den

echter

op

dien verleidelijken

«zedelijkheid"' opvatten in

elk

den

weg zin,

niet

mede, en

waarin het dus-

verstaan werd, dan ge beseft het, gaat de

godsdienst en de

weg

weg

der zedelijkheid geheel uiteen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879

Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's

Twaalftal leerredenen - pagina 229

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879

Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's