Twaalftal leerredenen - pagina 229
(eerste en tweede zestal)
GODSDIENST
ting,
die op
u
Nu
in zijn
den
jongeling,
zoolang het huisgezin
die,
was, een ieder vreugde gaf en en
getogenheid,
zeg mij,
straks
Denk
uwen God.
voor het oog van
zoudt
jongeling,
rijk
het denkhaar dat ge, volkomen zede-
is
engen kring des aanzijns, nochtans diep onzede-
deez'
lijk
2"2')
ZEDELIJKHEID.
Gods, als levend in dat eeuwig
als schepsel
der geesten, rust.
lijk
EN
lof inoogstte
u slechts
gansche wereld
zijn
door
zijn stille in-
het zoo ondenkbaar, dat diezelfde
is
de wereld uitgaande, hoe zedelijk
in
ook
hij
het huisgezin, toch diep onzedelijk blijken zal, zoodra
was
in
zich
een
ander
hem
king voor
met hooger eischen en nieuwe verzoe-
leven
Welnu,
ontsluit.
dien huislijken kring
;
dan
vergelijk
eeuwig
laat voor u het
deez' aarde rijk
bij
onzes Gods
zijn,
wat voor dien jongeling de wijde wereld was, en immers
het
behoeft
geen
engen kring kan zoodra zijn
men
ook hier zedelijk
dien
in
en toch diep-onzedelijk van hart blijken,
met
wereld
eeuwige
die
onpeilbaar
dat
betoog, zijn,
zijn
verzoekingen,
diepe
oneindige eischen, met
haar
opent
poorten
voor ons hart.
hangt dus af van de vraag, wat ge met
Alles
heid
bedoelt,
welken
in
Bedoelt ge daarmee het
uw
roeping
liggen
eischen,
de godsdienst u
die
slechts
niet
deugd
allereerst
op
dit
en zedelijkheid
zelfs,
te
komen met de niet slechts
eindig
gelijk-
op
dit
aardsche
aanzijn rust mijn oog,
sprake
is:
zedelijkheid
is
le-
waar
ook,
is
leven naar den eisch des eeuwigen levens,
meer
zeer zeker, dan kan er van botsing geen sprake
hebt ge ook den
uw
oneindig hooger
Doet ge daartegen de an-
stelt.
dere keuze, en zegt ge: neen,
van
verplichtingen
dan moet
natuurlijk,
zal,
vloersche deugd wel in botsing
ven,
zedelijk-
eindigen levenskring, voor het luttel aantal jaren dat
in deez'
hier
nakomen van uw
stipt
uw
ge het woord »zedelijk" opvat.
zin
zijn,
naam van ^zedelijkheid^ slechts gebezigd,
maar
voor wat
,
dusver in onz' aller schatting als »heiligheid'' gestempeld stond.
Gaan we blijven
ver
we
door
van den
echter
op
dien verleidelijken
«zedelijkheid"' opvatten in
elk
den
weg zin,
niet
mede, en
waarin het dus-
verstaan werd, dan ge beseft het, gaat de
godsdienst en de
weg
weg
der zedelijkheid geheel uiteen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's