Twaalftal leerredenen - pagina 15
(eerste en tweede zestal)
NABIJ GOD TE ZIJN.
dicht
van
niet
verstrooien
om
de nabijheid langs
—
uw
van
uw
terugtrekt in die
Hoe meer ge
ja
den levensbodem der onzichtbare wereld,
als
ware het u
die,
gespreid in
en
inzinkt
onnaspeurbare vezelen,
fijne,
in-
geestelijk bestaan, in-
aanzijn, indaalt tot in de worte-
leven,
geestelijk
uw
en dus
verzamelen,
juist
uwen God.
ervaren van
te
maar
zieleleven,
de vertakkingen van
al
door den stam van
daalt
len
uw
moet ge
5
des levens over u ga en
de frischheid des hemels u tegenstroome,
iets
daalt
adem
nedervleien, opdat de
bij
1
uw
ziel
haar geestelijk
leven toevoeren, hoe dichter ge u nabij den Heer zult gevoelen,
de schaduw op u vallen zal van de vleugelen uws
meer
hoe
Gods.
de klokhen haar vleugelen uitspreidt, dan verzamelen
Ziet, als
zich de kiekens en dringen zoo dicht ze
maar kunnen
harer vederen, omdat daar de levenswarmte
is,
tegen gevaar. Als het kind verschrikt wordt, vlucht het
moeder's schoot,
dons
in het
daar bescherming naar
ijlings
de ure des gevaars klemt de vrouw zich over
in
de borst van den man, dringen de zwakken naar de sterkeren henen, en rustig klopt hun het hart eerst weder, als ze zelven het rustig kloppen voelen van
moet ons
ook tot
Hem
't
raking dier booze geesten, die ons van het uit
menschenhart
mag
drukken,
zoo dicht als
lmoren
en
strengelen
om
belagen
den
we
dat
een
den
—
Hem
bij
het
Heer,
een opdringen,
opschuiven onzer
ziel
klimop
gelijk
't
;
—
om
ziel
slingert,
uit
naar den Heer,
we
bij
ligt
den Heer,
;
Hem
be-
—
een
gelijk zich
behoefte aan steun en
een zich vastklemmen onzer
jonge
kind
uit
als ik mij zoo
de plaatse onzer ruste
van de vezelen onzer eik
de onzuivere aan-
de lucht, of van
slechts kunnen, uit besef, dat
gemis aan zelfvertrouwen
aan
;
bij
uit
zoo
een vluchten
zijn,
het dreigen des gevaars, of
bij
En
hart dat hen steunt.
naar den Heer
dringen
zich
ziel
aan den hals van
moeder vastklemt, omdat we het weten, dat we bij Hem alleen zijn, ja meer nog, een schuilen onder de vleugelen
veilig
des
Almachtige
levenswarmte
in
en te
een
rusten aan Zijn vaderhart,
drinken
voor onze verkleumde
om ziel,
weer voor
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's