Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Twaalftal leerredenen - pagina 15

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Twaalftal leerredenen - pagina 15

(eerste en tweede zestal)

2 minuten leestijd

NABIJ GOD TE ZIJN.

dicht

van

niet

verstrooien

om

de nabijheid langs

uw

van

uw

terugtrekt in die

Hoe meer ge

ja

den levensbodem der onzichtbare wereld,

als

ware het u

die,

gespreid in

en

inzinkt

onnaspeurbare vezelen,

fijne,

in-

geestelijk bestaan, in-

aanzijn, indaalt tot in de worte-

leven,

geestelijk

uw

en dus

verzamelen,

juist

uwen God.

ervaren van

te

maar

zieleleven,

de vertakkingen van

al

door den stam van

daalt

len

uw

moet ge

5

des levens over u ga en

de frischheid des hemels u tegenstroome,

iets

daalt

adem

nedervleien, opdat de

bij

1

uw

ziel

haar geestelijk

leven toevoeren, hoe dichter ge u nabij den Heer zult gevoelen,

de schaduw op u vallen zal van de vleugelen uws

meer

hoe

Gods.

de klokhen haar vleugelen uitspreidt, dan verzamelen

Ziet, als

zich de kiekens en dringen zoo dicht ze

maar kunnen

harer vederen, omdat daar de levenswarmte

is,

tegen gevaar. Als het kind verschrikt wordt, vlucht het

moeder's schoot,

dons

in het

daar bescherming naar

ijlings

de ure des gevaars klemt de vrouw zich over

in

de borst van den man, dringen de zwakken naar de sterkeren henen, en rustig klopt hun het hart eerst weder, als ze zelven het rustig kloppen voelen van

moet ons

ook tot

Hem

't

raking dier booze geesten, die ons van het uit

menschenhart

mag

drukken,

zoo dicht als

lmoren

en

strengelen

om

belagen

den

we

dat

een

den

Hem

bij

het

Heer,

een opdringen,

opschuiven onzer

ziel

klimop

gelijk

't

;

om

ziel

slingert,

uit

naar den Heer,

we

bij

ligt

den Heer,

;

Hem

be-

een

gelijk zich

behoefte aan steun en

een zich vastklemmen onzer

jonge

kind

uit

als ik mij zoo

de plaatse onzer ruste

van de vezelen onzer eik

de onzuivere aan-

de lucht, of van

slechts kunnen, uit besef, dat

gemis aan zelfvertrouwen

aan

;

bij

uit

zoo

een vluchten

zijn,

het dreigen des gevaars, of

bij

En

hart dat hen steunt.

naar den Heer

dringen

zich

ziel

aan den hals van

moeder vastklemt, omdat we het weten, dat we bij Hem alleen zijn, ja meer nog, een schuilen onder de vleugelen

veilig

des

Almachtige

levenswarmte

in

en te

een

rusten aan Zijn vaderhart,

drinken

voor onze verkleumde

om ziel,

weer voor

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879

Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's

Twaalftal leerredenen - pagina 15

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879

Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's