Twaalftal leerredenen - pagina 12
(eerste en tweede zestal)
12
NABIJ GOD TE ZIJN.
der menschheid van hun streven te
weêropbloeing
de
wachten
Want
!
vergeet het niet
den Christus der Schriften, ze
Haar
leiders
teren
van
ouden
den
gemoed
ontvankelijk
eerst
hun
heeft
fontein des Evangelies ge-
de
uit
nog zonen en doch-
met diepe teugen
en
geest
niet in het eerste geslacht.
allen
zijn
mogen
bewuste verwerping van
die
nog
is
en volgelingen, ze
:
dronken. Al zijn ze dan sinds ook uit den bloemengaard des Heeren uitgegaan, ze hebben daarom toch de geurige kruiden,
daar
gewassen,
genomen, stengel
een
die
water
in
tijdlang
doet, en tot
kruiden o,
gaard ontloken
dien
kunnen
gedoken,
bloeien,
en de bloemen toch met zich
geplakt,
eerst in
ook
bij
En nu, met den bloemen immers nog
zijn.
die
het kunstlicht, dat ze schitteren
reukwater overgehaald, verspreiden die welriekende
voor het oogenblik
zelfs
een nog sterker geur.
eens een volgend geslacht op hun graven zal
als
Maar
zijn
opge-
bloemengaard des Heeren nooit dan verwelkte bloemen geen festoen, en
staan, een geslacht, dat in dien
geweest uit die
en
is,
uit die
verdroogde kruiden geen reukvocht meer maken kan,
—
wie schetst u de armoede van geest die dan openbaar worden, wie
het
oordeel
der
geestelijke
verarming dat dan gaan
over elk die zich van Israëls Messias heeft losgescheurd.
geen gissingen
maar aan
zijn het,
die
enkelen,
waarop we daarbij afgaan, die
sneller
.
.
.
zal,
Immers ziet het
levend dan die anderen,
met een geheel geslacht hun tijd vooruit zijn, hoe die geroofde bloemen bij hen reeds kleurloos, die geroofde kruiden reeds geurloos
zoo
bij
zinlijkheid
O,
geworden, en hoe de geurige reuke van gisteren
zijn
menig
vorm u
trekken,
—
artsenij
geest
reeds
door een
walm
der
is.
dan, zoo ge kunt, een beeld uit die verspreide
een kerk die allen eerbied ingeboet, alle achting
verbeurd heeft, een
tallentvollen
verdrongen
—
voor
mislukt de poging
om
door nieuwe menging
de krankheid der geesten
te vinden,
—
en
intusschen die kanker steeds voortvretend, de onreine hartstochten opwerkend van onderen op, een blinde macht des gewelds al
meer het recht met voeten tredend, en
in
de lagere klassen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's