Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Twaalftal leerredenen - pagina 177

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Twaalftal leerredenen - pagina 177

(eerste en tweede zestal)

2 minuten leestijd

Tweede Zestal.

III.

IX.

HET KRUIS VAN CHRISTUS HET LEVENSIDEAAL. Maar het zij verre van mij, dat ik zoude roemen, anders dan in het kruis onzes Heeren Jezus Christus, door welken de wereld mij gekruisigd is, en ik der wereld. Want in Christus Jezus heeft noch besnijdeniseenige kracht, noch voorhuid, maar een nieuw schepsel. En zoovelen als er naar dezen regel zullen wandelen, over dezelve zal zijn vrede en barmhartigheid, en over het Israël Gods. Galaten 6 14, 15, 16. :

M. H. wijl

Veroordeele niemand uwer den

!

telkens, en zoo

hij

waarin ook de

leven

meest

in

in die zucht tot

c^w^zucht

min

van zichzelf

dweepen

of

vindt hij

afzien,

het

roemen ook

hongerend

wie roemen

zulk

wezen

De

wil,

een

voorwerp

uit dringt

zijn

woord, en

schijnt

naar hij

is

hem

ligt,

het

een hooger glans op juist,

voorwerp

omdat zijns

geen

hij

al

zijn gelaat.

roemt

hem

de leegten

hij zich toewijdt.

in

Het hart

Van

bin-

Vuur spat

wat buiten hem

roemens hem genaderd

door

En

het of al de poriën

stroomen dan

waaraan

wie

dat buiten

iets,

In

grijpt,

verzadigd kan worden.

dan

o,

zich uitzetten: Vol

te stralen, te schitteren

En

ingewand,

in zijn

doffe ziel gloeit op in tintelende geestdrift.

nen

een

in die lagere uiting

eene belijdenis van ongenoegzaamheid.

zijner ziel uit dat hoogere,

zwelt.

op kun-

,

is

opgeheven, waardoor

hij

zijn

we

vorm van de roemzucht uit. Al vergeet het immer het heilig gebod: »Wie roemt — roeme

wegzinkend,

zich-zelf

van

de leegte van ons eigen

heiligen

den Heer," toch

waarin

toch

onze dorst naar hooger bezieling, die zich ook in

schepsel schier in

is

zij,

genomen,

zelf

onze behoefte aan een voorwerp, waarin

nen gaan, dien

ontheiligd

dweepen, op zich

een hoogere trek onzer natuur. Het

wezen,

Jezus,

1

hart groeit. Immers, hoezeer ook in ons zondig

zijn

roemzxxchi

ook

spreekt

van

Apostel

ook hier van een ^roemen" gewaagt,

uit ligt,

te zijn,

en

heen.

wonder, want »roemeri\ het

is

*rusten" voor de

12

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879

Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's

Twaalftal leerredenen - pagina 177

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879

Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's