Twaalftal leerredenen - pagina 178
(eerste en tweede zestal)
HET KRUIS VAN CHRISTUS HET LEVENSIDEAAL.
178
om ze
om
bestemd,
Niet
ziel.
slingeren,
dan her- dan derwaarts
rusteloos
om
geschapen
niet
weg
eenzelvig
te
kwijnen,
te
maar
hebben waaraan ze kleven, waarop ze steunen, waarin
te
kan, heeft de
verliezen
zich
dat oogenblik des roe-
ziel in
mens het steunpunt van haar leven gevonden, het doel waarbij haar streven
Roemen, het
rust.
Het »belijden,"
ziel.
zoekt
al,
zich
het zich laten beheerschen, zich laten doorstroomen, zich
:
^rusten"
wat de
door
vervullen
laten
het
»belijden,"
wonen van
tabernakelen
Daarin
ook
dan
ligt
in
ervaring:
spreekt
uit
nooden
meê
waarom
geheim,
het
ziel
man
de
staande op dat Thabor
die,
hij,
den Heer zijnen God.
ons zoo diep in de
Apostels
zalig vieren der ziel, het in
het menschenhart op zijn heilig Tha-
roemen kan
zijns levens,
grijpt.
van Tarsen heeft
het menschenhart weergevend, verklaart
roemen gevonden
dat woord des
die hier spreekt,
Hij,
menschen
's
en nu, de reinste verzuchting van
doorworsteld,
te
»Boemen,'"
getroffen heeft.
ziel
het
is
driewerf gelukzalig
O,
bor.
het juichend »belijden' der
is
het van rondom, geheel en
i.
tegenover het voorwerp, waarin ze haar leven
stellen
lijdelijk
d.
hebben
hij,
dat voorwerp van
Er
in Jezus' kruis.
ligt
een wor-
steling achter die geestdrift, aan die bezieling ging een zielstrijd
vooraf, en
woord, waar geheel
Maar daarom Gemeente! wereld ge
mij
geloof, d. w.-z. overwinningsge-
daarom, er spreekt
voel uit dat
om
juist
uit
de
kost
zijn ziel zich in uitgiet.
het óns ook zulk een inspanning,
waarin wij ademen, ons
sfeer,
van dat bezielde woord in
immers
toe: waarin onze
te
denken.
Want
eeuw ook moge
in
de
dat geeft
uitblinken,
zeker niet in geestdrift, niet in ware roemzucht, niet in geloof.
Onze eeuw kan.
is
Dof en
veeleer ontzonken aan
mat
sleept
glorie in de onderwerping
ze
wat bezielen en verheffen
haar leven voort. Ze zoekt haar
van een
stoffelijke
macht, en
schijnt,
door dien arbeid geheel ingenomen, zich het stof niet van het gelaat
te
ontvonken, harer
kunnen vegen. Verre van bluscht
zonen
uit.
ze
veeleer
En wat
ze
elk
geestdrift in onze borst te
hooger
vuur in het hart
ook vermocht, wat ze ook ge-
wrocht hebbe, de levenswarmte ons
in het bloed
doen gloeien
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's