Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Twaalftal leerredenen - pagina 45

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Twaalftal leerredenen - pagina 45

(eerste en tweede zestal)

2 minuten leestijd

BEDESTOND OP DEN HERVORMINGSDAG.

uw

om

kerk gelooft, niet

Voor

vasthouden.

oordeel voelt, dat

ziet,

haar gebeden!

om

maar omdat ge op hoop

zoo ge in dien

blijft

jammer

het

onze schuld aan die kerk moest voltrok-

worden. Gebeden

ken

naam,

wat ge

nog aan een betere toekomst voor uw kerk

hoop

tegen

45

mannen van

zoo ge niet meer ziet op

!

meer hecht aan

meer van maar afziende van u zelven en afziende van wat onder mensehen hoog genaamd wordt, eenig en alleenlijk uw smeeking werpen wilt op de barmhartigheden uws Gods. Doe dat, zoo er drang toe in uw binnenste is, met een open oog voor eigen zonde, met een zelfaanklacht over eigen schuld ja, doe het met die wegvloeiing' uwer ziele, met die verbrijzeling uws harten, die u in waarheid ootmoedig voor uw God doet zijn. Vouw niet slechts uwe handen saam en sluit niet maar uw oogen, maar roep zoo uit het diepst uws harten tot uwen God, dat het gebed, hier opgezonden, van zelf door een iegelijk uwer in de stilte der eenniet

wetsartikelen

blijde voorteekenen, niet

verwacht,

heil

;

zaamheid herhaald worde. Ja bidt

men ook van

heeten mag, en kracht

uitgaan,

zie

die

zoo, dat het waarlijk bidden

uw

na

u,

gebed, die geestelijke

den waren bidder steeds

bij

als het

spoor zijner schreden achterblijft.

Neen, vertwijfelt niet in uwe ren alles schijnen schijnt.

Gij

hartigheden, bij

u

nen

die

en hoe toch

restte,

zou Zijn

nu

was en

uw

Hij,

hoe ook de wate-

hoe ook het bidden doelloos

ervaren hebt van Gods barm-

zelf iets

weet het immers

gij

Gel.,

zielen,

te spoelen,

geheel verstorven

heerlijkheid,

ook

allen,

weg

zelven' zeer wel,

hoe het ook

dan de dood u daarbin-

niets

God,

tot

eeuwige

prijs Zijner

leven juist uit dien dood gewekt heeft.

het

arm dan

verkort

zijn,

geen opstanding schenken kon, geen verrijzen als

den dood, geen weder opbloeien ten leven? Neen, M. H., tot

Wat

of Zijn kracht gebroken, dat Hij

een beeld onzer eigene gedachten, maar

machtige willen

we immers

God,

die

troont

geen

ding

daar te

roepen,

boven lucht

wonderlijk

is.

En

tot

Hem

uit

niet

den Al-

Hem, den levenden en wolken, en voor Wien

Hij,

tot

onze Schepper en onze

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879

Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's

Twaalftal leerredenen - pagina 45

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879

Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's