Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Twaalftal leerredenen - pagina 37

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Twaalftal leerredenen - pagina 37

(eerste en tweede zestal)

2 minuten leestijd

37

BEDESTOND OP DEN HERVORMINGSDAG.

ook

dien

ge

men

zijn

maar de den

Dat

om

ons

men

wil

hereikt achten, zoo

weer heersenen en het verleden kon worhet dan weer even denzelfden weg zou

belijdenis

weer

eind

het

in

tot hetzelfde

ongeloof te

nauwelijks.

Neen, zoo

men

dat gevoelt, dat vermoedt

leiden,

Rechtzinnig

ontmoet.

telkens

ideaal zou

hoogst

het

hersteld.

opgaan,

weer

thans

en

werd gedecreteerd, en men voorts naar hartelust ziekelijk kon blijven woelen en voortdommelen, alles zou men achten gewonnen te zijn, en over geen nood der kerk zou meer worden geklaagd.

maar de

rechtzinnigheid

daar schuilt onze ellende, onze jammer, onze machte-

Ziet,

loosheid

Gel.

Men schermt met onze

!

zonder ooit die belijdenis gelezen

kleed,

maar vraagt zoo

!

maar

bij

om

uitgevonden,

haat niet immer

niet

aan

éénen geest

bidden

niet

verafschuwt

maar

ze

met

maar hun handel is hun hart niet

soms

waarlijk

gevonden

wordt over die

!

bij

die

en

als

kwistig, reikt

in het

Men

te

hebben

van aard en lang alle plaatsen

onzes o,

zoolang ge met hen spreken

u,

ongeloovigen

als

wil. Mild,

die

bitter

Aan

niet geringer,

borgen heet, toch weer zelden

des

en toch hefde/oos en

van wie zich vromen noemen, en

hooger gericht, dau

altijd

bannen

wilt,

hun winzucht

zijn

te zijn.

kunst

de

te bezitten

wel ietwat

vrij,

kringen

ge

men

schijnt

geest

gespeend

zingenot

vindt

ons

dien

van

en

De vruchten

zegt de apostel, zijn liefde, vrede, zachtmoedigheid en

matigheid,

als uit

verre te weten

voor bevriezing dekken moest.

ziel

ge weet immers zelven deze dingen.

geloofs,

lands

maar vaak

men dweept met

is.

dat onze verkleumde

Och

;

Men maakt zijn godsdienst tot een dat men voor pronk en schittering uitstalt, weinig naar dat warme kleed van Gods ge-

wat rechtzinnigheid

nade,

belijdenis,

hebben

maar vaak zonder ook maar van

rechtzinnigheid,

glinsterend

te

niet altijd eerlijker,

edeler,

hun

streven

andere lieden, die

men

zondaars en tollenaars

men

zijne liefdegaven uit,

verborgene geven, zonder wat ver-

te laten

leest

doorschemeren, ze worden zoo de Schrift, meer nog maar de moeite om in haar

veel uit

schrift gesproken,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879

Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's

Twaalftal leerredenen - pagina 37

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879

Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's