Twaalftal leerredenen - pagina 221
(eerste en tweede zestal)
:
DE HEERE ONZE ROTSSTEEN.
Of
liever,
naar
weet
ik
vergeten
het,
Rotssteen uitzagen,
dien
we
dien Rotssteen voelden
wien
voor
nimmer Een trekken naar soms in de ziel. Maar als we de vraag in uw midden werp
allen
Hij nog niet. Die
is
weinige.
zijn
daarbij niet blijven staan, en ik
221
de eenige Rotssteen, het eenig steunsel is? O,
Hij
het dan niet, of de «Rotssteen onzes heils" schier van ieder
is
verlaten
de
door
en
wierd,
woestijn,
eigen
we
een berg tasten
den rotsberg
in
we
gaan
we
onze
We
en
zoeken
ja
Steenrots ons
een Rots-
en hoog
af,
ons goud en zilver op en beelden ons
op
kennis en wetenschap, onze eer
bij
menschen, onze
blokken op elkander, of ze
als holle
ijdelheid,
hoe
niet,
waarin
eigengerechtigheid,
om
de Heer het ons
Koning
de
l
nen",
.
.
.
en Zijn
er
Hem
te
onzen vrede rusten moet...
van
Woord
het
ons
schijnt
stroom
grond.
op
En daarom,
en
staf,
hij
komt,
2
)
zal
is
zoo,... die zand-
dan
nedervallen, de berg-
de val
is
»laat af ;
Jesaja 44
:
zijn
van het
van den mensch, wiens adem
düs ook van u zelven. Verbreek
opdat niet eens de Heere ze verplettere.
de
en
niet,
toch, eens, Ge\., zal naar
slagregen
de
Hem
waarop het gebouwte
kruien,
En, het
groot
Ik ken er gee-
anders dan dien eenigen Rotssteen was ge-
iets
neusgaten"
en
Rotssteen,
Maar
dragen.
Heeren,
des
nederdruisen,
dat
huis,
te
houden? En
:
wij gelooven
niet,
gaan voort een zandhoop saam
hoop
onzen voet verheffen, te
getuigt
andere
geen
willen
wij
)
is
Zien
vorm der
of dan Zoo zegt de Heere, Verlosser, de Heere der Heirscha-
Woord
al in Zijn
Israëls,
dimmers
ren:
voor
glooiend
zich
van den eenigen Rotssteen af
ons
mensch
schuilen zal?
hij
het geloof, hoe de deugd, in den
zelfs
heils
het veld onzer verbeelding stapelen
zich geen hoogte op te werpen,
we
in
zoo het schijnt,
ten Rotssteen zijn mochten. Ja, waaruit zoekt de
'ons
')
staf,
hebben gevonden. Den Rotssteen onzes
te
voorbij,
macht en onze
zijn
eigen
zijn
steun gedragen.
en
stut
eikanderen nog zien ronddolen
op
maar wenden van de eenige
steen, als
we
of
leunend
elk
dag,
6«. Sh.
uw
in
stut
Gewisselijk,
waarvan de Ziener op Pathmos getuigde,
-)
Jesaia
'2
:
-1-2.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's