Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Twaalftal leerredenen - pagina 221

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Twaalftal leerredenen - pagina 221

(eerste en tweede zestal)

2 minuten leestijd

:

DE HEERE ONZE ROTSSTEEN.

Of

liever,

naar

weet

ik

vergeten

het,

Rotssteen uitzagen,

dien

we

dien Rotssteen voelden

wien

voor

nimmer Een trekken naar soms in de ziel. Maar als we de vraag in uw midden werp

allen

Hij nog niet. Die

is

weinige.

zijn

daarbij niet blijven staan, en ik

221

de eenige Rotssteen, het eenig steunsel is? O,

Hij

het dan niet, of de «Rotssteen onzes heils" schier van ieder

is

verlaten

de

door

en

wierd,

woestijn,

eigen

we

een berg tasten

den rotsberg

in

we

gaan

we

onze

We

en

zoeken

ja

Steenrots ons

een Rots-

en hoog

af,

ons goud en zilver op en beelden ons

op

kennis en wetenschap, onze eer

bij

menschen, onze

blokken op elkander, of ze

als holle

ijdelheid,

hoe

niet,

waarin

eigengerechtigheid,

om

de Heer het ons

Koning

de

l

nen",

.

.

.

en Zijn

er

Hem

te

onzen vrede rusten moet...

van

Woord

het

ons

schijnt

stroom

grond.

op

En daarom,

en

staf,

hij

komt,

2

)

zal

is

zoo,... die zand-

dan

nedervallen, de berg-

de val

is

»laat af ;

Jesaja 44

:

zijn

van het

van den mensch, wiens adem

düs ook van u zelven. Verbreek

opdat niet eens de Heere ze verplettere.

de

en

niet,

toch, eens, Ge\., zal naar

slagregen

de

Hem

waarop het gebouwte

kruien,

En, het

groot

Ik ken er gee-

anders dan dien eenigen Rotssteen was ge-

iets

neusgaten"

en

Rotssteen,

Maar

dragen.

Heeren,

des

nederdruisen,

dat

huis,

te

houden? En

:

wij gelooven

niet,

gaan voort een zandhoop saam

hoop

onzen voet verheffen, te

getuigt

andere

geen

willen

wij

)

is

Zien

vorm der

of dan Zoo zegt de Heere, Verlosser, de Heere der Heirscha-

Woord

al in Zijn

Israëls,

dimmers

ren:

voor

glooiend

zich

van den eenigen Rotssteen af

ons

mensch

schuilen zal?

hij

het geloof, hoe de deugd, in den

zelfs

heils

het veld onzer verbeelding stapelen

zich geen hoogte op te werpen,

we

in

zoo het schijnt,

ten Rotssteen zijn mochten. Ja, waaruit zoekt de

'ons

')

staf,

hebben gevonden. Den Rotssteen onzes

te

voorbij,

macht en onze

zijn

eigen

zijn

steun gedragen.

en

stut

eikanderen nog zien ronddolen

op

maar wenden van de eenige

steen, als

we

of

leunend

elk

dag,

6«. Sh.

uw

in

stut

Gewisselijk,

waarvan de Ziener op Pathmos getuigde,

-)

Jesaia

'2

:

-1-2.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879

Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's

Twaalftal leerredenen - pagina 221

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879

Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's