Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Twaalftal leerredenen - pagina 212

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Twaalftal leerredenen - pagina 212

(eerste en tweede zestal)

2 minuten leestijd

212

DE HEERE ONZE ROTSSTEEN.

aan

huid

moet

voort

toch,

En

stuk.

hij,

kan

hij

niet rusten,

zandstroom bedolven worden.

der

woestijn,

God

O

!

een brandende

wil hij niet onder

zoo zwoegt de reiziger

naar lucht en vocht, naar rust en schaduw

zij

lof!

daar

Steenrots ritselen beken

ziet

hij-

eindelijk de Steenrots! bij die

hij

Ziet,

!

En

geprikkeld wordt.

feller

al

den gend.

hem

dat alles verteert

bij

door de schrale lucht

dorst, die

in

de kloven van die Rots heeft

de bijenzwerm haar wilden honing gepuurd!

Bij die rotsen

het koeler. Achter dien Rotssteen

gestuit,

gebroken.

vloed

heen,

zich

harden als

een

dat

al

en

om

hem

een

zand biedt ze

wegglijdend

het

Zegt mij, begrijpt ge

reddende

niet,

om

Steenrots

die

strijd

niet,

bezongen

het dau nog wonder, dat een zegenende Rots-

is

werd van

steen voor Israël het beeld

Want immers,

zijn

God'?

de «Rotssteen was Christus

tel,

en ook van die Steenrots ontvangt de

de

hitte,"

om

het hart te verkwikken.

1

),"

ziel,

zegt de apos-

»schaduw voor

»beekwater voor den dorst" en »zoeter dan honig"

Schaduw voor de altijd

dat die Steenrots

Engel van verre opdaagt'? Begrijpt ge zangers

Israëls

En

is

de zand-

Breed werpt die Steenrots haar schaduw voor

keivloer.

hebben'?

de wind

is

meent

te

hitte...

wandelen

zonde verbleekt.

Niet

in

u,

Neen.

niet

u geldt

dit,

die

nog

den hof van Eden, nog door geen

die,

nog

altijd

in

uw droom

bevan-

gen, den schijn der wereld voor werkelijkheid aanneemt, haar

glazen steenen voor robijnen, haar valsche schittering voor glans

van

het echte goud.

genade

wakker weet

ik

geen

i)

zijt

geschud

het,

aan

als

1

is

Maar,

waan

dien

voedsel,

zielsoog ge,

aan

uw

die

gij

in

ons midden, die door Gods

onttrokken, die ontnuchtert wierdt en

door den ernst van Gods heiligen toorn, ziel

aard

biedt dit leven geen heil, die wereld

geen plek der ruste .meer.

het alles woest en ledig

Israël,

Cor. 10

:

u

4.

pelgrim

weet

om

naar

Voor uw

u geworden, en waar het

land

der belofte,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879

Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's

Twaalftal leerredenen - pagina 212

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879

Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's