Twaalftal leerredenen - pagina 125
(eerste en tweede zestal)
MARIA
wederom
Christus
velen
bespeurt
Neen,
ik
125
HET KRUIS.
kruisigen, eu uzelven gedurig onder die
ziet
het
die
BIJ
sehandhout
voor
Hem
vernieuwen
?
bedoel niet die gevoelssmart, die slechts een pijnlijk
gaande smart,
weeke zenuwen is, maar die die met Christus lijdt, waar
zonden:
die
schreit
zonde
ons gedurig door den Christus wordt toegebracht: die
trekken
van
in
we
smart, als
alles
bij
smart
die
:
ons zelven,
in
in
en onze lippen, van ernst verbleekt,
niet :
volg
:"
mij
zoo
gij
ontzettenden eisch
die
ja,
smart die
meer
dat kruis niet
de zelfvertwijfeling uwer
in
Maar
o! rijker troost
Heer uw door
Zijn
werd
is
gij
zelf in
Wat
ge ziel
bij
al
:
naar
verachte
Zijn
gewend, den,
Maria
dan waarmee de
Dan
wonde eens
troost Hij u door Zijn
om Hem
en
den smaad van Zijn kruis hebt veracht. dat
zaagt,
het zwaard
stierf
ooit
dan ook geen,
er
uw
gevoelt ge dan ook aan
de wereld, Hij die voor de wereld
kruis,
maar
hebt nedergeknield.
ge slechts een vergetene, een zwakke, een
zijt
maar moest
anders
kruis op en
ervaren hebt,
ziel
onverschillig voorbijgaat
een hart vol goddelijke liefde ook voor door
de
ziele bij dat kruis
geslagen.
Zijn eere de smart en
eigen
te
anders meer stamelen
>Neem uw
verkwikt, zoo haar die smartelijke
kruis
weg
dien Chiistus
door Zijn woord, door Zijn gave, indien ge
blik,
om
ziel
onze
de lach der ijdele vreugde ons vergaat
als
kunnen dan
zijn
om
voelen van den doodsteek, die der
't
moeten opgeven, wat dusver onze rijkdom
scheen, om, vernietigd
zinken
zedelijke, die diep-
Hij sterft
tot
mocht
u.
niet
van voor
heeft
stierf,
Hij moest u
uw
wonden ziel
door de diepst-liggende vezelen
af-
snij-
de mensch der zonde in u nooit. Maar het
Beeld des barmhartigen Vaders dragende, heeft Hij u niet van harte gewond, doch gewond om u te genezen u terneergeworpen om u op te richten u gedood om u ten leven op te wekken: u bedroefd om u te troosten. Of lag er dan voor u geen troost in dien blik der liefde waarmede uw Heiland u :
:
aanzag,
als
duurd ?
Was
ge maar eerst den blik van Zijnen toorn had verhet geen indrinken van
als uit dat goddelijk
meer dan aardsche
oog met zachten golfslag glansen
liefde,
als
van
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's