Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Twaalftal leerredenen - pagina 146

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Twaalftal leerredenen - pagina 146

(eerste en tweede zestal)

2 minuten leestijd

!

146

DE TROOST DER EEUWIGE VERKIEZING.

en het steenen hart was weergekeerd. O! dan eerst wordt het als we naar God roepen, en een stem ons influistert,

bange,

dat het alles ijdel

want dat

is,

er geen

God

leeft

Die het hoort.

Ja dan, als het alles voor ons weggaat, en onze arme in

een

we

zelfs niet

beklemd

kluis

dan

zit,

ziel

als

het de vreeselijkste ure, als

is

meer bidden kunnen, maar met het gelaat in het meer morrend, dan smeekend uitroepen: Lamma Sabachtani O God waarom verre van U Maar hoor „ Vrees niet, wees niet verbaasd, Ik help u, ook ondersteun Ik u met de rechterhand mijner gerechtigheid,.. suizelt het dan zoo zacht en stil van uit den hooge, en het is of die eeuwige armen der ontferming zich reeds bewogen van onder die diepte, waar onze ziel in verzonk. Ziet, juist toen wij gevoelden, dat bijna alles, en dus nog niet alles, ons ontzonk, gaf de Heer ons nog een laatsten stoot, dat we in stof gewenteld,

.

.

!

.

de eeuwige diepte nederstortten, en daarin

rugwonnen, om, waar ons

lijke

te

klemmen.

en de Heer toont

we

zullen

o,

heb

Ik

Jakob

maar

te zinken,

u gegrepen, o!

Als een adelaar

!

zal

Hij zegt »dat Israël,

mijn

jongen, zoo

zijn

u op vleugelen der liefde naar den Rotssteen dragen. Gij

wankelen, want

zult niet

Alleen in dat geloof deze dingen

dachte Ziet

te-

Wij zochten naar ónze gerechtigheid,

volharden."

hand op u gelegd zal Ik

geloof

ons Zijn gerechtigheid en zegt ons „die

Wij meenden weg

u steunen/'

juist het

ons begaf, alleen aan den Onzien-

alles

leeft,

meer

die

toch,

daar

weg

smelt

die zich over

u gezegd

in aanbidding.

:

Gij

zijt

mijn"

de

ziel,

die in

O!

is

er een ge-

een ontferming die meer troost

aangrijpt,

laagt

tot

zaligheid Gel. Alleen

?

neder, geworpen op de vlakte des

gij

velds, en die voorbij gingen

niemand

heb

ik

is

wendden

u ontfermde.

het oog

Maar

af,

en daar was

het licht des Hee-

ren ging op, en nu eerst wordt uw- eigen ellende u openbaar,

nu

is om u heen, nu eerst uw wonden leekt, en een inneru aan. O ge zoudt wenschen, opende om u te verbergen, dat

eerst ziet ge dat het een woestenij

bespeurt ge het bloed, dat lijke

uit

afkeer van u zelf grijpt

bebloede

dat

die

die

heuvelen

grond zich

daarginder

toekwamen en

!

zich

op u wierpen,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879

Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's

Twaalftal leerredenen - pagina 146

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879

Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's