Twaalftal leerredenen - pagina 180
(eerste en tweede zestal)
180
HET KRUIS VAN CHRISTUS HET LEVENSIDEAAL.
dat
we
om
te
stand
aan
we
Het
zijn.
om
heden,
het
dan waarin
scheppen,
te
waar we
kunnen
blijven
niet
ontkomen
een
verkeeren,
streven,
beteren is
toe-
der wereld
met het Christendom gemeen. Zoo vér gaan beide samen. Maar als de vraag in ons hart wordt geworpen hoe, langs welken weg dat betere gezocht moet worden ? dan gaat beider eisch uiteen. :
Want „naar boven" „naar de
Haar
„altijd hooger
„altijd dieper'''
diepte''''
levensleus,
1
den kruin
als
maakt en
beek
door
zal
zij
u dan toeroepen,
Vóór u
''
ligt
zijn
weg-
een Alpenberg, aan
bewoond, en met eeuwenheugend sneeuwveld
den voet alleen jongeling
op"
dan de eisch van onzen Heer.
een dichter heeft ze bezongen in
slepend lied van „Excelsior.'
om
is
met het
En
omhangen.
lijkkleed
wuivend met de ontplooide
stroom,
een
ziet,
zich op, en trekt door dorp en vlek, en
waadt
banier,
waarin het «Excelsior" „Steeds hooger op" met gulden letteren
En
prijkt.
de
hem
zoekt
dagen
te
boeien door haar tranen,
tegen te houden, of of de teedere
—
vrouw
met met het oog
het baat niet
kan hem tegenhouden; reeds meet
niets
al;
hem al zoekt hem waarschuwt,
of de dorpeling
van
grijze
hij
den alpentop; »Excelsior" »steeds hooger op," is het dweepend woord, waarmee hij hen in de vlakte achterlaat en ;
fluks
stijgt
langs,
steilten hij
hij
het slingerend bergpad op, de engten door, de altijd
met het wapperend doek, dat
zwaaiend
koos van
zinbeeld
ten
zijn
streven.
En
nu, steeds hooger
komt hij eindelijk waar geen weg meer is, geen maar hem nief, dien het rugbergpad zich meer kronkelt klimmend,
—
waarts
keeren
doet.
Wat
banen,
en
stuwt
hij
voort....
altijd
dorpeling omlaag
doek van beneden bleef?
O
!
het
zich
gebaand tegen
zal hij zelf zich
is,
de rotskanten, en vóórt
langs de schotzen, en hénen wringt
glijdt hij
kloven,
óp
niet
Of
hij
hem niet
voort....
uit
en
hij
hooger....
de
het oog verliest, en zijn wapperend
meer gezien
den top bereikte? Of
En waar
wordt.... hij
straks
weer
ge weet het immers, wat de dichter zong. dal
zich door de
tot eindelijk
straks afdaalde, het
was een
ven huisde, en die de droeve mar'
in
zal
hij
dan
keeren?
Neen, die naar
kloosterling, die daarbo-
de vallei
kwam
brengen,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's