Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Twaalftal leerredenen - pagina 216

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Twaalftal leerredenen - pagina 216

(eerste en tweede zestal)

2 minuten leestijd

216

DE HEERE ONZE ROTSSTEEN.

Eu

len.

die

'ling,

immers zoo

nu,

weervaren,

ook

of

om

telkens ook

zich

ge geen vreemdeling

zijt

rotsburchten ontspon. Na-

zijn

tuurlijk

met dat oog vooral moest

Israël

aanzien

van

het

had

woestijn

oogenblik

het

Kanaan

anders,

winbare

burchten,

door

zingt:

door de

Want

spitse rotsgevaarten in dat

steile,

zetels

van die ongenaakbare, onver-

den steenwand uitgehouwen, eens

in

woont

»hij

en vernacht in de steenrotsen, op

immers ook Kanaans volkeren hun wat bloed

gehad,

strijden

te

!

),

zoo had-

burchten

vaste

Wat

op den steenrots gelegd.

adelaarsnesten niet

de

die,

tocht

der rotsen zuipen zijn jongen bloed"

scherpte

den

dan

den Rotssteen wel den

Enak's reuzen werden bewoond. Gelijk Job van den

de

adelaar

de

waren de

ik,

dat

af,

Kanaan was binnengetogen.

en

voleind

wat, zoo vraag

Israëls

in

daar trof u diezelfde hardnekkige worste-

had

strijd

niet vergoten, eer zich de

hooge burchtpoort voor hem ontsloot! Maar ook, hoe had

eenmaal van rotsklippen

overd,

want,

Israëls

Rotssteen,

nu,

Ja,

nu ze zelven

in

thans

het

anders? de

van

zelf

in zijn

een beeld van

vertrek, Gij

zijt

in

).

Maar

de scha-

En daarom werd, hoe kon

de ongenaakbare rotsburcht voor Israël

steile,

Bondsgod

waren,

niet als 2

Rotssteen, wie zou thans hen genaken,

verjagen kunnen?

hen

wie

rechters zijnde"

die burchten gezeten

duw van den eeuwigen

den

van

ze op de Kenieten ver-

»hün rotssteen was

zong,

hun vijanden

zelfs

aanval

eiken

hadden

zij

Mozes

gelijk

om

gereed

vastgenesteld,

weerstaan.

te

het,

hooge

die burchten meester, zich niet zelf op die

vijand

als

Israël

bezat.

cle

onverwinbare bescherming, die het

»Heer, Gij

mij een Rotssteen,

zijt

om

mijn burcht, mijn hoog

gedurig daarin

te

gaan"

3 ),

hoe, zoo bid ik u, kon dit voor Israëls ooren gezongen worden,

zonder dat de rotsburchten van rondsom de kracht dier heilige taal vertolkten?

Laat zijn,

een

J

)

het in dien zin dan ook

Gel.

»Wees

:

zeer

Job 39

vast

:

33.

mij,

huis,

")

om

Heer

!

uw tot

gebed, ook

mij te behouden"

Ueut. 32

:

31.

3 )

uw smeeking

een sterken Rotssteen,

Ps. 71

:

4

),

3.

zij

4 )

dat ook

Ps. 31

:

3.

tot

üw

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879

Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's

Twaalftal leerredenen - pagina 216

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879

Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's