Twaalftal leerredenen - pagina 144
(eerste en tweede zestal)
DE TROOST DER EEUWIGE VERKIEZING.
haat
maar den Zone Gods,
hij,
aangenomen.
Men
in
Wien
144
tot
zij
kinderen
zijn
aan de vervolgingen der eerste eeuwen!
Ziet het
van Jezus naar den houtmijt, men legt Maar men ontsteekt den mutnek.
sleurt de belijders
hun het zwaard op den saard niet, het zwaard
met bloed geverwd worden, hun lot slechts scheiden van Hem. Ze hebben zijn bloed slechts gemeen te achten en hun bloed zal worden gespaard. En och, nog juist zoo is het in onze dagen, al pijnigt men niet meer met vuur maar met den spot, al doodt men, niet met het zwaard, maar zoo
ze
dien
met den ge
O
laster.
ze u haar eere,
zoo
zal
niet
Christus slechte afzweren, zoo ze
maar
ééne
dat
nog wil de wereld u dragen, nog biedt
!
een kroon
zelfs wil
Hem
en nooit dan met bedekt gelaat
Maar der
wilt ge dat niet. Leeft in
u
aan de wereld vertoont. van den
iets
tieren geest,
Hem
toch banger nog voor het scheiden van Jezus. Wilt ge verzwijgen,
Hem
niet
gaat
ge
Hem
in
vereenzelvigt,
dorschvloer zal
men
tot heel
uws
O
tarwe
de
voet,
gestookte vuur.
Dan al
Uw
Maar dan ook als
haar »
ze
ben den
bevreesd
vervolger,
Vrees
uw
niet,
dan
gezift
zal
zult
bij
U
Hem,
eigen
ziel
ge op den
worden, een vuur
men om
u stoken,
een smeltkroes worde, waarin het zilver
en weent ze
ziel
Dan
Dan
uit
dien bangen kerker,
roept ze als uit dat heet-
zucht ze als uit die kuil der leeuwen tot
klaagt ze
met den psahndichter, »Heer
al
Uw
golven gaan over mij heen." juist is is
dan
want
Dan
de Heer tot haar hulpe gereed.
voor de smart en verbaasd nedervalt voor juist
Ik ben
God. Ik help
arm
ge dus
naam uw
Zijn
een vuur
dien de aarde voor haar werd.
baren en
blijft
wordt beproefd.
dan schreit de
haar God.
;
er zeker van,
als
den
onder
de wereld u
geloofs !
wees
o!
gedorscht,
u
met
op, zoodat ge
—
niet
bedekken, kan noch spot noch hoon
verloochenen van den Heer bewegen
tot
vlechten,
van den Christus
en beeft ge wel voor den dood, maar
martelaren,
eerste
om uwe slapen
ze
doet, dat ge zwijgt
u,
Mijner kracht.
komt met
u,
dat roepen der vertroosting:
wees niet verbaasd, want Ik
ook sterk Ik
u.
Ik oudersteun u
Niets kan u deeren,
want
Ik
met
heb u
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's